In de Tweede Wereldoorlog zijn er op Urk mensen geweest die vrijwillig met de Duitsers samenwerkten. Dit noemen we collaboratie, een begrip dat is afgeleid van het Franse werkwoord collaborer dat samenwerken betekent. Tijdens de bezettingsjaren woonden er 4500 mensen op het eiland. Iedereen kende elkaar, niets bleef geheim. Je wist wie actief was in het verzet of wie juist aan de kant van de Duitsers stond. Van degene die samenwerkten met de Duitsers, sprongen de NSB’s het meest in het oog.

De NSB op Urk

Urk telde tijdens de Tweede Wereldoorlog 4500 inwoners. Iedereen kende elkaar, niets bleef geheim. Je wist wie actief was in het verzet of wie juist aan de kant van de Duitsers stond. Van degene die samenwerkten met de Duitsers, sprongen de NSB’s het meest in het oog.

De Nationaal Socialistische Beweging (NSB) was een politieke partij in Nederland. In de jaren voor de oorlog was er veel werkeloosheid en armoede. Volgens de NSB-opvattingen moest één partij met als leider Anton Mussert het in Nederland voor het zeggen hebben. In 1941 worden alle politieke partijen door de Duitsers verboden alleen de NSB mocht blijven bestaan.

De NSB op Urk bestond uit een groep van 13 man. Regelmatig kwamen zij bijeen voor een vergadering bij de groepsleiders thuis. Tijdens deze bijeenkomsten werd gesproken over allerlei zaken die betrekking hadden op de gang van zaken binnen de partij en op het dorp.

Voorbeeld van een NSB lidmaatschapskaart. Herkomst: isgeschiedenis.nl


‘Goed’ en ‘fout’

Collaboratie oftewel samenwerken met de vijand is een complex begrip. Zowel tijdens de oorlog als erna is altijd een strikte lijn getrokken tussen ‘goed’ en ‘fout’. In deze verdeling behoorden de NSB’ers uiteraard aan de ‘foute’ kant en iedereen die niet sympathiseerde met de Duitsers aan de ‘goede’ kant. De werkelijkheid was echter een stuk minder eenvoudig. Niet iedere NSB’er werd lid van de partij om daarmee de kant van Duitsland te kiezen. De meeste waren lid geworden omdat ze hoopten op een betere toekomst.

Op Urk waren twee NSB’ers die naast hun lidmaatschap ook fanatiek samenwerkte met de Duitsers. Bij het minste of geringste zochten zij contact met de Duitsers op Urk. Zij waren onder andere betrokken bij het vorderen van Urker schepen en arrestaties van verzetsmensen. Daarnaast waren er NSBers, die weliswaar nauw samenwerkten met de Duitsers, maar in een enkel geval ook een oogje toeknepen en daarmee de bezettingsmacht enigszins benadeelden. De meerderheid van de NSB’ers op Urk, die zich weliswaar inzetten voor de Duitse bezettingsmacht, hield zich vooral bezig met activiteiten die tegen collaboratie indruisten en vaak zelfs als verzetsactiviteiten gezien kunnen worden.


Advertentie voor een propaganda avond van de NSB op Urk

Moffenmeiden

In de oorlog hadden duizenden Nederlandse meisjes en vrouwen omgang met Duitse soldaten. De een uit berekening, de ander uit liefde. “Moffenmeiden” werden zij genoemd. Na de bevrijding werden deze vouwen publiekelijk afgestraft. Ook op Urk waren een aantal meisjes die tijdens de oorlog heulden met de Duitsers. Na de bevrijding van het dorp, op 18 april 1945, werden de frustraties van 5 jaar Duitse bezetting op hen botgevierd. Als bewijs van hun verraad werden zij onder luid gejoel op het pleintje voor het gemeentehuis kaal geschoren. Sommige werden hierna gevangen gezet in de Noordoostpolder.

Een ‘moffenmeid’ wordt kaalgeknipt voor het Raadhuis op Urk


Gevangenschap en berechting van politieke gevangenen

Na de bevrijding ontkwamen de Urker NSB’ers niet aan hun straf. Iedereen die maar iets te maken had met de Duitse bezetter werd door de politie en het Urker verzet opgepakt. De NSB’ers en landverraders werden bij elkaar gebracht en gevangen gezet in pionierskampen in de Noordoostpolder. De meeste Urkers werden in eerste instantie in kamp Espelerbocht in Emmeloord geplaatst. Later werden sommige van hen overgebracht naar kampen buiten de polder.

In de periode na de bevrijding kwam de Politieke Recherche Afdeling (PRA) regelmatig op Urk om getuigenverslagen op te maken voor het proces van de Urkers. Soms bleek het een lastige opgave om de juiste toedracht van gebeurtenissen te achterhalen. Toch lukte het de PRA om aanklachten tegen de Urker politieke gevangenen te formuleren. Na berechting werden zij bijna allemaal tijdelijk ontheven van hun stemrecht en sommigen werd een geldboete opgelegd, naast een periode van gevangenschap. Voor verschillende mensen uit alle drie de groepen collaborateurs werden vanuit de Urker gemeenschap brieven geschreven om vrijlating te bepleiten. Sommige waren aan het eind van 1945 alweer vrij terwijl anderen jaren vast hebben gezeten.

Van gevangen genomen NSB’ers werden alle goederen onder beheer van het Nederlands Beheersinstituut (NBI) genomen. Dit hield in dat bij het in bewaring nemen van de NSB’ers hun huizen werden leeggehaald en de goederen werden opgeslagen in magazijnen en opslagplaatsen. Ook hun bedrijven kwamen onder beheer, dat wil zeggen dat de dagelijkse leiding van het bedrijf door een beheerder van het NBI werd overgenomen. Dit had tot gevolg dat politieke gevangenen na hun vrijlating vaak een verwaarloosd en achteruitgegaan bedrijf terugkregen.

NSB Burgemeester

In 1944 moest burgemeester Keijzer onderduiken omdat hij niet meewerkte met de plaatselijke NSB leider en omdat hij het plaatselijke verzet hielp. Na zijn vertrek werd de heer Landman, een NSB’er uit Kampen, aangesteld door één van de leiders van het Duitse bestuur in Nederland, dr. Friedrich Wimmer, om als waarnemend burgemeester op te treden. Hij profileerde zich als een ware nationaal-socialist, was lid van het Economisch Front en de SS en diende als NSB burgemeester de Duitsers door te helpen bij arrestaties. Tegelijkertijd toonde hij ook sympathie voor dienstweigeraars, zag de illegale activiteiten van zijn secretaris door de vingers en deed de nodige moeite Urkers in gevangenschap vrij te krijgen.

De NSB krant ‘Volk en Vaderland’

De NSB’ers worden opgepakt