Een oorlogservaring van Gerrit Pasterkamp, opgetekend n.a.v. 1 april grap 2012 van Stichting Urk in Oorlogstijd

Auteur: Gerrit Pasterkamp

De mensen die het bouwwerk niet gekend hebben, zullen er vast ingetrapt zijn, afgezien van het feit dat het een onhandig onderkomen zou worden zonder ramen. Het was uiteraard een schuilkelder, gebouwd voor de bewoners van de arken van ZZW, die langs de kade lagen. De schuilkelder was gebouwd van betonblokken die afkomstig waren van de zeewering van Schokland. Die deden toch geen dienst meer en waren zeer geschikt voor de schuilkelder. De muren waren aan de damkant ongeveer twee meter dik en aan de havenkant een meter. Aan beide zijden zat een dikke houten deur en het inwendige was eigenlijk een gang van twee meter breed die van deur tot deur liep.

Dhr. Vrolijk voor de schuilkelder of bunker. 
Herkomst: onbekend

In het laatste oorlogsjaar was ik een kind van een jaar of acht en was ik vaak op de haven te vinden bij bijvoorbeeld de “Waffenboten”. De bemanning had er dan lol in om de Urker kinderen op te stellen in het gelid: als zij “Heil Hitler” riepen, werd er snoep uitgedeeld. Tja, wisten wij veel. En snoep was een onbekend artikel in 1944.

Een keer was ik bij de vlettenhaven vlakbij de schuilkelder, toen er een luchtaanval plaatsvond op de Duitse schepen in de haven. Het waren een of twee jagers Engels of Amerikaans die een paar salvo’s losten. De Duitsers lieten zich ook horen met hun Flak. Ik stond met open mond dat spektakel aan te kijken, tot ik in m’n kraagje gegrepen werd door een grote vissershand en de schuilkelder werd ingesleurd. In de vlettenhaven lagen de kleinere scheepjes en de eigenaars maakten ook gebruik van de schuilkelder in die omstandigheden. Ik kreeg een klap om mijn kop met de woorden: “Je hadden wel dood kunen weezen.. van wie bin je er iene..?” In ieder geval was ik veilig. Het zijn oorlogservaringen die je nooit vergeet.