Over het verloop van de oorlog vertelde de Duitsers aan het Nederlandse volk alleen dat wat ze erover kwijt wilde. Om toch op de hoogte te blijven van de stand van zaken luisterden iedereen naar Radio Oranje die dagelijks vanuit Engeland uitzond en aanmoedigde vol te houden en de bezetter tegen te werken. Toen de radiotoestellen bij de Duitsers ingeleverd moesten worden, verborgen veel Urkers hun radio om toch op de hoogte van het oorlogsnieuws te blijven.

 Vaderlandsliefde

Hoewel de Duitsers het door allerlei maatregelen het de bevolking erg moeilijk maakte om uiting te geven aan haar vaderlandsliefde, bleken de Urkers hierin toch zeer vindingrijk te zijn. Zo waren al tijdens de mobilisatie witte strepen op ooghoogte op de lantaarnpalen aangebracht. Op een morgen bleken deze witte strepen voorzien te zijn van een rode bovenstreep en blauwe onderstreep. De geïmproviseerde Nederlandse vlaggen moesten op last van de bezetter meteen verwijderd worden. De Urker klederdracht kent veel rode, witte en blauwe kledingstukken. Urker huisvrouwen hadden er een heimelijk genoegen in hun schone wasgoed op wasdag zó op te hangen dat de straten vol met de nationale driekleur leken te hangen.

De kerken in de oorlog

Het kerkje aan de zee

In kerkdiensten werd gewaarschuwd tegen winstbejag en zwarte handel en de predikanten drongen aan op nederigheid en gebed. Om te voorkomen dat de geallieerden zich konden oriënteren in de lucht stelden de Duitsers de zogeheten ‘spertijd’ in. Van 8 uur ’s avonds tot 6 uur ’s morgens was het verboden om de straat op te gaan. Hierdoor en door het gebrek aan elektriciteit vervielen de catechisaties en kwam het verenigingsleven stil te liggen. Ook werd het tijdstip van de middagdiensten vervroegd.

In de kerken werd zo af en toe stil verzet gepleegd. Zo is bekend dat op een zondagochtend de dienst voortijdig beëindigd werd omdat de predikant te horen had gekregen dat er een razzia gehouden zou worden. Door zijn ingrijpen konden de Duitsers slechts een enkeling oppakken.

Tijdens de oorlog werd vanuit de kerken meegeleefd met vervolgden en verdrukten. Zo vonden daklozen onderdak in de hulpkerk, waardoor deze niet meer beschikbaar was om kerkdiensten in te houden. De predikant van de gereformeerde gemeente en zijn gezin moesten de pastorie verlaten omdat Duitse soldaten in hun woning werden ingekwartierd.

Nieuwsvoorziening in bezettingstijd

De krant ‘Oprechte Urker’ uit  1942
& Dhr. Koffeman met zijn vrouw maken de ‘Oprechte Urker’

Zoals overal in Nederland kwam ook de nieuwsvoorziening op Urk onder Duitse censuur te staan. Het plaatselijke krantje ‘De Oprechte Urker’ kon niet meer vrijuit haar mening verkondigen en vermeldde tijdens de oorlog bijvoorbeeld distributiemededelingen, verduisteringsvoorschriften en raadsverslagen. Ook kon men lezen dat vissers werden gewaarschuwd om geen vis buiten de visafslag om te verkopen. Toch vond de krant tussen de regels door mogelijkheden om haar onvrede over de bezetting te uiten. Na de oorlog werd de ‘Oprechte Urker’ vervangen voor het ‘Urkerland’.

Het onderwijs ontregeld

Urk de Wilhelminaschool

In januari 1942 werd een benoemingsverordening van kracht dat inhield dat nieuwe onderwijzers alleen met goedkeuring van de Secretaris-Generaal aangesteld mocht worden. Het schoolbestuur en de leerkrachten van de Rehobothschool kwamen in verzet en benoemden onderwijzers zonder een vergunning aan te vragen waardoor de subsidie stopte.

De Rehobothschool en Wilhelminaschool zaten in hetzelfde gebouw. Op last van de Duitse bezetter moest de naam van de Wilhelminaschool veranderd worden in Willem de Zwijgerschool. De oude namen werden echter niet van de muur verwijderd. Zo kwam het regelmatig voor dat mensen even stilstonden bij de naam ‘Wilhelmina’ om eer aan de koningin te betuigen. Hieraan kwam een eind toen twee Duitse soldaten in een dronken bui het naambord in de haven gooiden.

De heren Vrij en Dikkerboom, medewerkers van Zuiderzeewerken, viste het bij toeval op en hebben het tot het eind van de oorlog verborgen gehouden.

Toen de oorlog voorbij was bleken de schoolkinderen om verschillende redenen een aanzienlijke achterstand opgelopen te hebben. Voorgesteld werd om het schooljaar 1944-1945 als verloren te beschouwen en opnieuw te beginnen.