Gerrit Pasterkamp schreef speciaal voor Stichting Urk in Oorlogstijd een aantal mijmeringen op vanuit zijn jeugd. Hij deelt met ons een aantal herinneringen aan de oorlog.

Auteur: Gerrit Pasterkamp

Gaarkeuken

Er is op Urk in de oorlog niet echt honger geweest. Er was genoeg te eten of te ruilen voor vis. Mijn vader voer in het laatste jaar van de oorlog met zijn zeilbotter UK 248 voor de “voedselvoorziening” van Friesland naar Amsterdam. Meestal was het een lading aardappelen, waar ze zelf ook hun part van namen. De lading stond in kisten gewoon aan dek. En als ze door de Oranjesluizen moesten, stonden hongerige Amsterdammers met een vork aan een lange stok klaar om aardappels te prikken. Mijn vader en zijn bemanning lieten dat maar gaan, op die manier was het ook ‘voedselvoorziening’. Ondanks het goede doel was het gevaarlijk om in die tijd over het IJsselmeer te varen.

Uitgaande vissersvloot – IJsselmeer

Dus over het algemeen was er eten thuis, maar alles was schaars en op de bon. Zo kon het een paar keer gebeuren dat ik met een pannetje naar de “gaarkeuken” moest voor eten. Ik snap nu wel dat ik moest gaan als kind, want mijn moeder schaamde zich daar een beetje voor. De gaarkeuken was bedoeld voor de armen en oudere mensen zonder inkomen. Nu waren wij ‘arm’ omdat er niet gevist kon worden, en de botter gevorderd was voor de voedselvoorziening. Dus het was nodig om toch wat warms te eten. De keuken zelf was in een keukengebouw van ZZW en stond in het verlengde van de ‘Cantine’, die nog lang gestaan heeft aan wat nu het Klif is. Later was het een begin van de Visserijschool. Het eten werd uitgedeeld in het Wapen van Urk in het restaurant, wat heel toepasselijk was…. Ik zie me nog staan in de rij met een pannetje en ik herinner me nog dat ‘kakkenielten’ voor mij stond. (Neel Post, ze woonde met haar broer onder aan het hoogje van Nanning). Het waren echt arme mensen; ze had geen pan, maar stond met een onderkant van een peteroliestel op haar beurt te wachten. Dat vond ik toch wel apart en ik ben het daarom niet vergeten. Het eten was aardappelen in de schil gekookt en bieten, een stamppot dus, zonder vlees of jus uiteraard. Ik zie die vage roze kleur nog voor me van de kost. We hebben er lekker van gegeten!

Legende en waarheid

In geschiedschrijving bestaat het gevaar van legendevorming. De waarheid wordt anders, mooier naar voren gebracht dan de werkelijkheid. Terwijl de werkelijkheid vaak ‘menselijker’ is en echter overkomt. Als voorbeeld noem ik het feit dat de Urkers die gedwongen in Duitse dienst moesten op het kazerneplein en de Hitlergroet moesten brengen, “Drei liter” riepen… Dat is legende. De waarheid is dat het keurig “Heil Hitler” was met gestrekte hand. Ze keken wel uit om het anders te doen, de straffen waren niet mals. Uit die tijd kregen mijn maat Klaas J. Romkes en ik een verhaaltje binnen voor onze Urkerlandrubriek ‘Gien woord tevuul’ van de dochter van Sjoerd Snoek. Het verhaal is een legende, maar gaat wel zo de wereld in. Hoe het werkelijk was, schrijft ze er bij. Wat mij betreft, de waarheid is mooier, maar wij plaatsen zoals aangeleverd. Eerst de legende.

Paosgedachte Veraol eut overleevering

Mit de razzia in de oorlog binnen ur maer dan tachtig Urreker mannen in jonges weg-evoerd duur de Deusers, om in Deuse dienst te goon in zellufs om ze klaor te stoomen vor et Oostfront. ‘n Ziekere Urreker beloofde an een moeder van iene van de jonges: ik zal op em passen, as et an mij legt dan komt ie wier beouwen teus. Mar wat is et geval, een Deuser voelde um beleedegt duur disse jonge in zette ‘m tugen de muur om ‘m dood te skieten. Oenze plaosgenoot zegt tugen die jonge: vort jie ik eaw je mimme beloofd dat jie wier beouwen teus zouen koemen. IJ got in de plaos van die jonge stoon. De Deuser is ier zo van onger de indrok, dat ie van z,n goddelooze plan ofzicht. Disse man sting as iens Christus vor z’n vollek, borg vor z’n plaosgenoot.

Nu even het verhaal zoals het zich in werkelijkheid heeft afgespeeld. Ze zouden een militaire opleiding krijgen, wat in het oorlogsrecht verboden is. De bedoeling was dat ze tegen de Russen moesten vechten. Dit verhaal speelt zich af nadat de Russen dit gebied al hadden veroverd. Toen ze een tank op het plein zagen staan gingen ze eropaf, klommen erin en vonden algauw sigaretten. En er kwam zelfs een met een fles wodka boven water. Ze werden gewaarschuwd dat de Russen eraan kwamen en dus vlogen ze snel allemaal naar buiten, op een enkele na die het niet gehoord had. Johan dus. De Rus zag hem met de wodka, hij was op heterdaad betrapt. De Rus zette hem tegen een boom en zei: “op diefstal staat de doodstraf”. En inderdaad is toen de man die zich verantwoordelijk voelde, voor hem gaan staan, en vervolgens is de executie niet doorgegaan. De personen waar het hierom gaat zijn: Jawek Loosman en Johan Schraal. De Duitsers hadden de Urkers bang gemaakt voor de Russen, ze zeiden gauw je pakje uit en zie bij de Amerikanen te komen, anders worden jullie afgevoerd naar Siberië. Het is een wonder dat ze allemaal heelhuids thuisgekomen zijn. Tot zover Hilda Bakker- Snoek.

T-34Russische tank in Berlijn bij Brandenburger toren – mei 1945. (Herkomst: tanks-encyclopedia.com)

Van oorlog tot oorlog

Een ander punt dat ook in jullie straatje past maar waar nog weinig over gepubliceerd is, is de oorlog in Nederlands-Indië. Direct na de bevrijding zijn meer dan honderd Urker jongens vrijwillig of dienstplichtig naar Indië vertrokken. Ze kwamen toen ècht in de oorlog terecht. Het 12e jaargang van het Urker volksleven heeft er aandacht aan besteed, maar dat is het dan. Dus de oorlogstijd was voor Urk nog lang niet afgelopen, het lijkt me goed om nu het nog kan hiervan zoveel mogelijk geluids- en beeldmateriaal over die periode te verzamelen. Een aantal Urker veteranen leven nog en zijn op een leeftijd dat ze hun verhalen graag kwijt willen, is mijn ervaring. Sommigen zijn er meer dan vier jaar gebleven, niemand gesneuveld, wat ook weer een wonder mag heten. De oorlogstijd was voor Urk in 1945 niet afgelopen, maar heeft tot bijna 1950 geduurd. Neem als stichting hier goede nota van.

Gerrit Pasterkamp