“Ze woonden vroeger in Wijk 6 nr. 130 eigenlijk een paar huizen verwijderd van de woning van mijn ouders. Ik heb Otto Roth vaak zien lopen en bij het ouder worden liep hij heel moei­lijk en voorover gebogen door reuma. Zijn vrouw Aaltje liep in Urker kle­derdracht zij was er een van Hendrik (Hinneman) van Dokkum.”

Auteur: Jelle Visser 

Onderstaand artikel is overgenomen uit het Urker Volksleven van november 2012. Het is op enkele punten aangepast ter verduidelijking en is daarmee een aanvulling voor de website van Stichting Urk in Oorlogstijd.

Duitsland – geboorte en eerste jaren

Otto Roth werd geboren in het huis op de Kleine Klotzbahn nummer 2 in Elberfeld een stadsdeel van Wup­pertal op 6 augustus 1909. Dit was nog ver voor de Eerste Wereldoorlog, die zo’n grote verandering bracht in de levens van velen. Ook die van de kinderen van het gezin van Wilhelm-Gotlieb Roth (bloemist) en zijn vrouw Auguste Amalia Elise Ritter.

De ouders van Otto met zijn broers en zusters

Naar school. Otto Roth, onbekend, Elfriede Roth, Helmuth Roth

Naar Urk bij Klaos van Leendert Romkes en Berendtje

Duitsland was in oorlog met Frank­rijk en door die oorlog was Duits­land verarmt en er was honger in het land. Nederland was neutraal in die oorlog waarin Duitsland de grote verliezer werd. Een stroom van vluchtelingen naar verschillende landen rondom Duitsland kwam op gang en vele meest jonge mensen namen de wijk ook naar Nederland.

In het gezin waar Otto Roth toe be­hoorde was ook groot gebrek geko­men en de kinderen Roth vertrokken naar ons land door bemiddeling van een kerkelijke gemeente in Elberfeld. De oudste zoon Wilhelm kwam in Kampen terecht en later de andere kinderen op Urk. Otto kwam in 1915 als 9-jarig jongetje naar Urk en werd liefderijk opgenomen in het gezin van Klaas van Leendert Romkes. Zijn iets jongere broer, Helmut Gotlieb, kwam bij Riekelt Romkes de zoon van Klaas Romkes in huis. Waar het zusje Elfriede in huis is niet bekend, maar ze werden in de Ur­ker klederdracht gestoken en moch­ten naar school.

Otto kreeg als negenjarig kind heim­wee naar zijn eigen mutti en Berend­je werd daar een beetje zenuwachtig van. Op een gegeven moment zei ze: “Otto leg niet te labbekakken ik bin nou je mimme!” en omarmde hem en toen was het goed en mimme is ze gebleven tot haar overlijden.

Otto bij Klaos van Leendert aan boord

Na de schoolperiode kwam Otto op de ijzeren Botter van de gebroeders Romkes aan boord, die beurtvaarder waren tussen Urk en Kampen. De gebroeders Romkes waren oppassende mensen die hun werk met grote inzet deden. Er ging weinig verkeerd aan boord. Otto een pientere leerling op school had veel interesse voor techniek en motoren, later ging hij over de motor van de botter, een 50 pk. Kromhout, en je kon hem rustig zijn gang laten gaan.

Op de botter naar Kampen, Meindert Kapitein, Maas van Leendert Romkes, Otto Roth en dochtertje Luutje Roth.



Aaltje van Dokkum, Otto Roth, kinderen Luutje en Wim



Trouwdag

Als jongeman kreeg Otto verkering met Aaltje van Dokkum, dochter van Hendrik (Hinneman) van Dokkum en Luutje Weerstand. Hinneman van Dokkum was voorzitter van het ‘kolenbondje’ later was hij bestuurslid van ‘Draagt elkanders lasten’, het laat zich horen dat hij een man was met een sociale inslag die nodig was bij de meest arme bevolking van Urk.

In 1930 trouwden Otto en Aaltje en gingen wonen op wijk 6-130. Ze kregen hun eerste kind op 5 mei 1931 een meisje, Luutje, vernoemd naar haar bessien Luutjen. Vervolgens werd  op 25 mei 1935 Wilhelm (Wim) geboren. Ze waren samen heel gelukkig en het leven verliep heel gestadig op het eiland Urk in die dagen. Otto was eigenlijk gewoon een Urker en werd door de samenleving gewoon ook zo aanvaard.

In hetzelfde jaar, 1935, gingen Otto en Aaltje naar  Elbersfeld (Wuppertal) om zijn ouders te bezoeken en om hun kinderen te laten zien. Verder werd Otto vermeld in de ‘Oprechte Urker Courant’, hierin werd vermeld dat hij een jongetje van een wisse verdrinkingsdood had gered.

Nog voor de Tweede Wereldoorlog werd de naturalisatie van Otto aangevraagd wat een behoorlijk geldbedrag kostte. Jammer genoeg is dit niet gelukt en later werd een iets kleiner bedrag terug gestort door de belasting. In Duitsland kwam er door de armoede grote sociale onrust en de joden werden beschuldigd van de oorzaak van alle ellende. Denk aan de Kristallnacht in dat land. De Tweede Wereldoorlog wierp zijn schaduwen al vooruit. Otto Roth waande zich veilig op Urk, deed zijn werk en werd gewaardeerd aan boord van de Botter de ‘Eben-Haezer’.

Otto Roth in uniform. Aaltje Roth- van Dokkum en Wim Roth


1940

Nederland zou aanvankelijk ontzien worden maar op 10 mei 1940 werd ook ons land aangevallen door de Duitse troepen. Na een paar dagen van verzet werd Rotterdam gebombardeerd met als gevolg veel doden. De overgave werd getekend. Op Urk viel het nogal mee de eerste tijd, maar na een half jaar viel bij Otto Roth op Wijk 6-130 een brief op de deurmat. Deze brief zou zijn hele leven op de kop zetten en ook van zijn gezinnetje dat niet wist wat hen overkwam.

Otto werd geconfronteerd met het feit dat hij een Rijks-Duitser was. Als 32 jarige jongeman moest hij onder de wapenen komen. Nabij Emden moest hij zich melden bij de Kriegsmarine. Eigenlijk had hij daar geen rekening mee gehouden, maar er werd hem geen keus gelaten.

De enige mogelijkheid zou onderduiken zijn. Waar moest je onderduiken als Duitser op een klein dorpje waar iedereen elkaar kende en bijna alles van elkaar wist? Er werd lang over nagedacht maar de datum naderde met rasse schreden. Niet verschijnen werd als desertie aangemerkt en dan wachtte hem de kogel. Otto dacht aan zijn gezinnetje en daarom melde hij zich uiteindelijk aan op een marinebasis nabij Emden op 20-10-1941. Met tegenzin werd hij ingedeeld als matroos – met het registratie nummer 350 – op een schip waar we de naam met van weten. Tussendoor komt Otto in matrozen tenue met “Erholungs” verlof op Urk.

Het derde kind diende zich aan. Dat zou Henk Roth worden die in 1941 werd geboren en die nu nog onder ons is. Hij is getrouwd is met Lummetje Korf. Otto was toen ingedeeld op een schip, dat gestationeerd was in Amsterdam en later in Lemmer lag. Vandaar werden vliegtuigen gespot en werd doorgegeven welke richting zij vlogen.

De Rijks-Duitsers waren voor het leger belangrijk want ze waren natuurlijk tweetalig geworden en konden berichten vertalen. Maar Otto was de Engelse taal niet machtig. Hij werd machinist en verbleef ’t meest in de machinekamer, daar voelde hij zich thuis. Zo werd hij toch actief betrokken bij de oorlogshandelingen. We kunnen dus wel begrijpen hoe hij in conflict kwam met enerzijds zijn gezin, pleegouders en familie en anderzijds zijn vader en moeder in Duitsland. Daarbij hopende dat het niet lang zou duren, maar dat zou heel anders, aflopen.

In het begin van de oorlog kwam Otto nog een paar keer met verlof op Urk, maar dat zou spoedig veranderen. Hij werd later ingedeeld bij de “Deutsche luftschutz” en daar kreeg hij weer een ander uniform.

Naar de Oostzee

Het schip waar Otto Roth op voer werd naar de Oostzee gestuurd. Ze voeren om Denemarken heen door het nauwe vaarwater tussen Zweden en Denemarken en na een paar dagen konden ze deelnemen aan de oorlog in die contreien. In de Oostzee werd de oorlog steeds grimmiger. Otto kwam terecht op een boot die vol gewonden naar Hamburg werd ge-stuurd. Maar onderweg vond er een afschuwelijke gebeurtenis plaats. De boot werd namelijk gebombardeerd door een Engels vliegtuig. Ze kregen een voltreffer en de gewonden die beneden in het ruim lagen verdronken. De bemanning kon zich ternauwernood redden . Het was een van die vele grote drama’s uit de 2e wereldoorlog. Dit laat zich in een paar regels lezen, maar we begrijpen wel wat voor een tragedie dit was. Een tragedie dat de levens van vele jonge mensen en burgers aan beide zijden van de strijdende partijen heeft gekost.


Luutje, Otto en Wim Roth


Brief nationaal beheersinsituut

Naar de gevangenis

De 13 soldaten waar Otto Roth ook toe behoorde werden gered en gevangen genomen en eerst naar Engeland gebracht. Daarna werden ze enige tijd later in Delfzijl aan land gebracht. Op 5 mei 1945 vandaar naar Vilvoorde in Belgie getransporteerd en daar tot 11 augustus gevangen gezet. Vervolgens gingen ze enige tijd later naar Brussel tot 5 november 1946 om vandaar tot 13 juni 1947 in Den Helder vast te zitten. Tenslotte werden ze naar de gevangenis in Vught en na enige tijd naar Kamp Vught gebracht.

De gewone soldaat werd niet aansprakelijk gesteld voor de oorlogshandelingen en daarom was het vreemd dat Otto zolang vast gehouden werd. Op een gegeven ogenblik  is er op Urk een handtekeningenactie gestart. Dit werd gedaan door twee ouderlingen van de Gereformeerde kerk, te weten Frans de Jong en Jacob Korf (Jauwk van Tromp). Ook gingen enkele mensen door Urk om handtekeningen te verzamelen om Otto Roth weer naar Urk te halen. Uiteindelijk leverde dit meer dan honderd handtekeningen op.


Vrij

Door de handtekeningen actie werd Otto Roth op 6 maart 1948 in vrijheid gesteld en kon de reis naar Urk gemaakt worden. Hij zou in Kampen op de boot stappen maar onderweg kwam hem een Urker, Cees Romkes van de UK 35, tegemoet en die zei: “Otto zo ga jij niet naar Urk”. Want hij had kennelijk oude versleten kleren aan uit de gevangenis. Cees zorgde ervoor dat hij nette kleren kreeg. Otto kwam met een kist waar enkele bezittingen in zaten voor de deur in Wijk 6-130 en Aole zei toen tegen de kinderen “nou dat is je vader”, die hem een beetje vreemd aankeken na 7 jaren te zijn weggeweest. Op 31 maart 1950 kreeg de familie Roth bericht dat ze niet langer als “vijandelijke onderdanen” werden gezien.

Wat konden de oudste kinderen er eigenlijk aan doen dat het leven van vader zo was verlopen, Ze hadden er best wel moeite mee gehad op school. Met ere zij de naam van none Evert Weerstand (vrijgezel) genoemd. Hij woonde bij Aaltje in en vervulde tijdens de oorlog de rol van vader  en heeft min of meer het gezin door een moeilijke tijd geholpen.

Evert Weerstand en Aaltje van Dokkum met de kinderen.


Het gezin Alie, Henk , Wim , Luutjen en Ellie en onder vader en moeder Roth. Alleen Maarten ontbreekt.

Tenslotte

Otto is 66 jaar geworden en Aaltje Roth 84 jaar, ze liggen begraven op het Oude kerkhof graf nummer 291. Op de gedenksteen staat de tekst: “In dankbare herinnering aan onze lieve ouders”. We hebben geprobeerd de geschiedenis van Otto Roth naar voren te halen. Misschien dat zo wat duidelijkheid gekomen is voor de familie en allen die belang stellen in de historie.