Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er overal in Europa mensen en organisaties die zich verzetten tegen de Duitse bezetters. Het verzet, ook wel ‘de ondergrondse’ genoemd, saboteerde het beleid van de Duitsers en hielp mensen om onder te duiken. Ook verspreide het verzet illegale kranten met ongecensureerd nieuws over de voortgang van de oorlog.

Op Urk nam de haat tegen de Duitsers toe toen de bezetting voelbaar werd in de vorm van allerlei regels en het gebrek aan levensmiddelen. Toen steeds meer jongens moesten onderduiken en maatregelen tegen de joden werden aangescherpt nam het verzet toe. Toch bleef het verzet kleinschalig en kwam er geen uitgebreid netwerk op gang.

Pilotenhulp

Urk lag op een drukke verkeersroute van geallieerde en Duitse vliegtuigen. Honderden toestellen zijn in het IJsselmeer en de nieuwe polder neergestort. Degenen die het lukte om zich per parachute te redden of een geslaagde noodlanding in de polder hadden gemaakt, moesten zorgen dat zij weg kwamen om aan Duitse krijgsgevangenschap te ontkomen. Het Urker verzet probeerde vooral ’s nachts bemanningsleden naar een veilige schuilplaats in het dorp te brengen. Piet Brouwer hield ze verborgen in de kelder van zijn huis en winkel. De gebroeders Piet en Lub Hakvoort hadden twee schuilplaatsen gegraven onder de timmerschuren bij hun werf. Na een paar dagen of weken werden de bemanningsleden in het geheim met de boot naar Enkhuizen gebracht. Dit gebeurde vooral met de vaste Urker lijndienst. De kapitein van de Urker boot was altijd op de hoogte als er bemanningsleden aan boord waren.

Pieter en Aaltje Hakvoort met Peter Miskinis, een Amerikaanse vliegenier.

Verzetsgroep Harmen Visser

In de laatste twee oorlogsjaren was een verzetsgroep actief die onder leiding stond van politieagent Harmen Visser uit Vollenhove. Een kleine groep op Urk, die voornamelijk in de polder werkte, stond onder leiding van Jan Schraal. De onderduikers die bij hen kwamen werden per motorfiets naar de polder of Vollenhove gebracht.

Jodenhulp

Sinds 1939 woonde er op Urk één joods gezin, vader, moeder en dochter Kropveld. Ondanks herhaaldelijk aandringen waren zij niet van plan om onder te duiken omdat zij de Urker bevolking niet in gevaar wilde brengen. In 1942 werden zij weggevoerd en vergast in vernietigingskamp Sobibor. Dit heeft grote indruk gemaakt op de Urkers.

 Op Urk hebben veel Joden op verschillende adressen ondergedoken gezeten. Zo kwam een Joodse jongen via een tip van politieagent Harmen Visser bij meester Rein Bos terecht, die hem op zolder verborg. Toen meester Bos het advies kreeg om zelf onder te duiken, ging de jongen naar de Noordoostpolder. Waarschijnlijk is hij bij de razzia’s in 1944 opgepakt. Albert Hakvoort hielp bij het vervoer van joden en andere onderduikers over het water en bij het bezorgen van persoonsbewijzen op de onderduikadressen.

Max Pach, een Joodse onderduiker met  Peter Miskinis, een Amerikaanse vliegenier en Jan Hakvoort.  Collectie: Urk in Oorlogstijd

Paling en het Wilhelmus

Meester Bos hielp een verzetsgroep in Kampen elke week aan tien pond gerookte paling. Bij zijn werk als leraar was hij niet bang voor de Duitsers. Toen een aantal Urker jongeren in het steegje naast zijn huis uit volle borst het volkslied zong was hij ontroerd en nam zich voor deze jongeren te helpen als er problemen van zouden komen. NSB-Burgemeester Landman had van het voorval gehoord en stuurde politie naar de school. De agent wilde weten wie het gedaan had, maar vertrok zonder dader. Iedere keer als de politieagent uitgesproken was, draaiden de leerlingen, op het sein van meester Bos, hun rug naar hem toe.

Veel Urkers die al voor de oorlog Urk verlaten hadden, waren actief in het verzet. Urkers ‘aan de wal’ bleken tijdens de oorlog vaak bereid om risico te lopen wat sommige met de dood moesten bekopen.