Nadat Duitsland en Engeland in september 1939 met elkaar in oorlog raakten gingen zij mijnen in de Noordzee leggen. Daardoor was het voor de Nederlandse vissers onveilig om daar nog te vissen. Vlak onder de Nederlandse kust werden nog geen mijnen geplaatst.

Meidagen

Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnen vielen visten de meeste Urker vissers dan ook vlak onder de kust omdat het daar betrekkelijk veilig was. Die dag wierpen Duitse vliegtuigen op het Noordzeekanaal bij IJmuiden mijnen. Na enig oponthoud mocht de vloot de haven van IJmuiden binnen varen. Twee Urker schippers boden hun schepen met bemanning aan om te helpen bij het ruimen van de mijnen. De rest van de Urker vloot voer naar Urk en kreeg op Pinksterzondag 12 mei opdracht om naar Amsterdam te varen. Daar werden de schepen voor anker gelegd om te voorkomen dat Duitse watervliegtuigen in de haven zouden landen.

Uitgaande vissersvloot – IJsselmeer

Om te verhinderen dat kostbare brandstof in handen van de Duitsers viel staken Britse militairen op 14 mei alle olievoorraden in de Amsterdamse haven in brand. De Marine had alle Urker botters, die op 12 mei over het IJ verspreid voor anker waren gelegd, op last van de Duitsers bij de visafslag aangemeerd. Ondanks de grote branden, die dagenlang in de haven woedden, keerden alle schepen weer veilig op Urk terug.

Mei 1940 – Urker botters bij Amsterdam. Brand in de petroleumhaven.

Visserij tijdens de bezetting

Tijdens de oorlog zijn in totaal 69 vissersschepen door de Duitsers gevorderd. De eigenaar van een gevorderd schip kreeg een huurvergoeding van enkele tientallen guldens per maand. De eerste grote vordering vond plaats op zondag 9 maart 1941. Tijdens de kerkdiensten werd bekend gemaakt dat alle schippers naar hun schepen in de haven moesten gaan. De Duitsers namen 9 botters in beslag. Ook in november 1942 en april 1943 werden meerdere schepen gevorderd. De bemanning, die van het ene op het andere moment werkeloos was geworden, moest op zoek naar ander werk. Slecht 6 schepen zijn nooit door de Duitsers in beslag genomen.


Het vorderen van vissersschepen

In samenwerking met een NSB’er gaf de plaatselijke Duitse commandant vergunningen af. Hierdoor konden de meeste Urkers weer vissen op het IJsselmeer. Van hogerhand werd dit weer teruggedraaid en moesten de visser nog weer wachten, alleen de kleinere vissersschepen mochten het IJsselmeer  bevissen.

In augustus werd vissen op de Noordzee weer beperkt toegestaan. Overdag visten de vissers vanuit Scheveningen en IJmuiden. De nachtvisserij, die meer opbracht, vond alleen vanuit IJmuiden plaats. Vissers die aan de nachtvisserij deelnamen visten verder uit de kust. Omdat de schepen meerdere dagen wegbleven werden zij verplicht een Duitse militair aan boord mee te nemen. Dat de nachtvisserij niet zonder gevaren was bleek toen de UK 83 op een mijn liep. Na dit ongeval staakten alle Urker vissers de nachtvisserij.

De Urkers die met hun motorschepen op de Noordzee visten verdienden veel meer dan de IJsselmeer vissers. Door de olie schaarste werd het steeds moeilijker om aan brandstof te komen. Sommige schippers probeerden clandestien aan olie te komen terwijl anderen hun toevlucht zochten in andere manieren van aandrijving.

Artikel uit de provinciale  Overijsselse en Zwolsche Courant van 28 September 1940

Artikel uit de provinciale  Overijsselse en Zwolsche Courant van 28 September 1940

De Urkers die met hun motorschepen op de Noordzee visten verdienden veel meer dan de IJsselmeer vissers. Door de olie schaarste werd het steeds moeilijker om aan brandstof te komen. Sommige schippers probeerden clandestien aan olie te komen terwijl anderen hun toevlucht zochten in andere manieren van aandrijving.

Visverbod op de Noordzee

Na de geallieerde invasie in Normandië, op 6 juni 1944, verboden de Duitsers de Noordzeevisserij weer. Bovendien kon er door het brandstoftekort alleen nog met zeilschepen gevist worden. Door dit alles steeg de prijs van de vis aanzienlijk. Omdat geld steeds minder belangrijk werd ruilde men vis tegen producten als koffie, thee of tabak. In het laatste oorlogsjaar leverde de IJsselmeervisserij nog maar weinig op. Veel schepen hielpen mee aan de voedselvoorziening voor het westen van Nederland waar de bevolking honger leed.


De omgekomen bemanning van de UK 83 ‘De Jonge Louwe’