Een verslag van de herdenkingen in Wöbbelin en Ludwigslust, 2016. Geschreven door Janne Bakker, dochter van Sjoert Bakker en Nelly Metz. Haar moeder was eerder getrouwd met Piet Brouwer, overleden en begraven in Ludwigslust na zijn bevrijding uit KZ Wöbbelin.

Auteur: Janne Bakker-Hofman
Foto’s: Janne Bakker Hofman

In het gebied Wöbbelin-Ludwigslust wordt ieder jaar op de eerste drie dagen van mei uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis. De slachtoffers van de concentratiekampen worden herdacht, de bevrijding van die kampen wordt gevierd en er is veel aandacht voor ontmoeting in de ‘internationale Begegnung der Generationen’. Altijd is de bijdrage van de jeugd – in de vorm van (koor)zang, voorstelling, declamatie, dans, bloemlegging – groot. De gemeenschap heeft een belangrijk aandeel in organisatie en zorg voor de gasten. Of dat niet bijzonder genoeg is, bood deze 71ste herdenking ook nog iets extra’s: de inwijding van twee nieuwe monumenten, twee Nederlandse vrouwen met een toespraak, en nadrukkelijke aandacht voor de vluchtelingen van deze tijd.

Zondag 1 mei

Gesichter des KZ Wöbbelin

Deze zonnige middag werden we hartelijk welkom geheten door Ramona Ramsenthaler, leidster van Mahn- und Gedenkstätten Wöbbelin. Op het pleintje voor het museum konden we via informatieborden al veel zien en lezen over de plannen met verschillende monumenten in de omgeving, maar vandaag ging het toch vooral om het nieuwe kunstwerk waar zo lang naar was uitgekeken. In de zomer van 2015 eindelijk verrezen tussen het museum en de verkeerslichten op de Bundesstraße 106. Een niet te missen drieënhalf meter hoge terugwijzing naar het verleden en vooruitwijzing naar het voormalige kampterrein een paar kilometer verderop aan dezelfde weg. Vijfenveertig – symbolisch voor het jaar 1945 – in rechthoekige blokken klei gesneden koppen blikken vol leed en afgrijzen in alle richtingen de wereld in. Dicht opeengedrongen en gestoken op metalen stangen die uitgemergelde lichamen verbeelden, geven zij een gezicht aan de slachtoffers van KZ Wöbbelin.

Onvermoeibaar vertelde de maker, kunstenaar Marcus Barwitzki, over de ontstaanswijze en over de leidraad in zijn werk: zoeken naar maatschappelijke relevantie en mogelijkheden van gezamenlijke arbeid. Sinds 2011 werd door 150 kinderen, jongeren en volwassenen, in de leeftijd van 10-85, uit 21 landen, 11 Duitse deelstaten en het district Ludwigslust-Parchim gewerkt aan deze plastiek. Van basisschoolleerling tot student, van ambachtsman tot politicus. Het meerjarenplan liep van materiaalonderzoek, houtskoolschetsen van de gezichtsuitdrukkingen – naar de werkelijkheid op de door de Amerikaanse bevrijders gemaakte foto’s -, schaalmodel, werk op ware grootte, tot de uiteindelijke plaatsing.

Door intensief bezig te zijn met de vormgeving van deze gebeurtenis in ons verleden, met de verhalen die erbij horen en de ellende die uit de klei tevoorschijn komt, bouw je een band op met de slachtoffers, is de overtuiging van de kunstenaar. Het leed van de gevangenen zal dan altijd meer voor je betekenen dan de verbleekte zwartwit foto tijdens de geschiedenisles.

Gesichter des KZ Wöbbelin staat aan het begin van de weg die Mahn- und Gedenkstätten Wöbbelin wil inslaan om het verleden levend te houden in een toekomst waarin de overlevenden zelf niet meer zullen kunnen getuigen.

Kunstenaar Marcus Barwitzki gaf uitleg / ‘Gesichter des KZ Wöbbelin’

De herdenking op het voormalige kampterrein bij Wöbbelin

Het kamp bij Neustadt-Glewe werd in de middag van 2 mei 1945 bevrijd door de Russen.

Ongeveer tegelijkertijd werd de ellende van KZ Wöbbelin ontdekt door de Amerikanen. Toevallig, want het stond nog niet op de stafkaarten ingetekend.

Op dit voormalig kampterrein vond tegen het einde van de ochtend de jaarlijkse grote herdenking plaats. Na Rolf Christiansen, districtscommissaris en voorzitter van Vereniging Mahn- und Gedenkstätten im Landkreis Ludwigslust-Parchim e.V., begon Natan Grossmann zijn verhaal met: ‘Ik heb veel te vertellen, maar waar moet ik beginnen?’ Staande en uit het hoofd vertelde de 89-jarige hoe hij als enige van het gezin de oorlog overleefde. Zijn leven lang had hij het verdriet verdrongen, tot de neonazistische stem hem te luid werd. Toen was hij opgestaan en met zijn verhaal op reis gegaan. Het talrijke gehoor – mede-exgevangen, familie, nabestaanden, scholieren, hoogwaardigheidsbekleders en inwoners uit de omringende plaatsen – was zichtbaar onder de indruk. ‘Es ist ein anderes Deutschland geworden. Seien Sie stolz auf dieses Deutschland und passen Sie auf, dass es so bleibt. Lassen Sie nie wieder zu, dass solche Bestien das Sagen haben,’ citeerde hij Ben-Gurion.

Mij was gevraagd – als vooruitblik op de samenkomst ‘s middags op de begraafplaats in Ludwigslust – een toespraak te houden ter herinnering aan Piet Brouwer, vier weken na zijn bevrijding uit dit kamp daar gestorven en begraven. Piet Brouwer, de eerste man van mijn lang overleden moeder, die in de meidagen van 1940 strijd leverde op de vliegvelden van Bergen en Hilversum, en na de capitulatie terugkeerde naar het voormalige eiland Urk om er zijn werk als koopman-winkelier voort te zetten. Actief in de plaatselijke ondergrondse hield hij zich bezig met de zorg voor, en verborg onderduikers en vliegeniers, neergekomen in de pas drooggevallen Noordoostpolder. Zo gauw dat kon – Urk was in zeker zin een val, want wegverbindingen waren er nog niet – regelde hij een overtocht voor ze naar Noord-Holland om daar aan te kunnen sluiten op een pilotenlijn. Na verraad kwam Piet met het allerlaatste transport vanuit kamp Amersfoort op 19 maart 1945 in Neuengamme terecht om in de chaos van de laatste oorlogsweken van het ene Duitse kamp naar het andere gedreven te worden en uiteindelijk aan te komen in KZ Wöbbelin. Hier, op deze plek waar de aarde scheurde van ellende zoals een monument sinds 2005 laat zien. De stenen langs de littekens tonen de namen, soms alleen het kampnummer, van de slachtoffers. Denken aan Piet, besloot ik, is denken aan de woorden van Jesaja die hij, zoals zo veel verzetsmensen in praktijk bracht: ‘Verbergt de verdrevene en meldt den omzwervenden niet.’

Het was meteen een goede gelegenheid om stil te staan bij het al het werk, alle voorbereidingen, waar ieder jaar zovelen zich mee bezighouden, om deze ontmoetingen, herdenkingen en vieringen mogelijk maken. Dank, veel dank.

Herdenking, bloemlegging – terrein KZ Wöbbelin
Inwijding van de vernieuwing op het ereveld van de begraafplaats in Ludwigslust

Het ereveld in Wöbbelin

Om vijf uur vond de eerste herdenking plaats. Na de bevrijding van kamp Wöbbelin werd het grote aantal doden verdeeld over vier gemeenten: Ludwigslust, Hagenow, Schwerin, Wöbbelin. In de laatste werden zij begraven op het kerkhof achter het museum. Hier liggen ook de gevangenen van de eerste transporten rechtstreeks vanuit Neuengamme. Zij waren de dwangarbeiders die vanaf half februari 1945 een nieuw onderkamp moesten bouwen in het gebied tussen Wöbbelin en Ludwigslust. Velen vonden zo de dood.

Na burgemeester Viola Tonn, en Dr. Carina Baganz die de geschiedenis in herinnering brachten, vertelde Lieke van Amstel over de zoektocht naar haar grootvader Bastiaan Herman. Lieke’s moeder was twintig toen haar vader voor de ogen van vrouw en kinderen werd gearresteerd en afgevoerd. Meer dan 60 jaar lang wist ze alleen dat haar vader in het verzet had gezeten en dat hij als PTT-beambte betrokken was geweest bij het leggen van telefoonverbindingen tussen bezet gebied en het bevrijde Zuiden. In november ’44 was hij verraden, via kamp Amersfoort ergens in Duitsland terechtgekomen en daar overleden. Meer wist Lieke’s moeder niet, wilde ze niet weten; het deed te veel pijn. Tòt ze in het boek Nederlanders in Neuengamme haar vaders naam zag staan. En niet alleen zijn naam, ook de datum en plaats van zijn overlijden. In het najaar van 2007 ging ze, met Lieke en haar echtgenoot, op bezoek in Wöbbelin. Daar wist Ramona Ramsenthaler hen te vertellen dat Sebastiaan Herman op 2 februari 1945 in KZ Neuengamme was aangekomen en nog geen twee weken later op transport was gesteld naar Wöbbelin waar hij al op 14 maart was overleden en begraven op het dorpskerkhof, later op het ereveld. Het bezoek was moeilijk, maar er was ook opluchting; Lieke’s moeder wist eindelijk waar haar vader begraven lag. Zo kreeg ze hem toch een beetje terug. Op een van de stenen van het ereveld had zij bloemen gelegd.

Vanmiddag werden bloemen gelegd op alle stenen van het ereveld, tulpen, door de schoolkinderen die even te voren liederen voor ons zongen. Daarna bloemstukken bij het monument, een reliëf van Jo Jastram dat een dodenmars voorstelt. Sinds vorig jaar is op deze gedenkplek door een uitbreiding met namenstenen te lezen welke slachtoffers hier een laatste rustplaats vonden.

Monument bij het ereveld op de begraafplaats in Wöbbelin en vaandelgroet uit België

TrotzTdem

’s Middags bracht de groep Lysistrate van het Goethe-Musikgymnasium in Schwerin een dansvoorstelling over verzet, in verzet komen. Inspiratie was opgedaan uit de korte levensgeschiedenis van broer en zus Scholl van de Duitse verzetsgroep ‘Weisse Rose’ die grote indruk op hen maakte. Onder leiding van Silke Gerhardt werden begrippen als vertrouwen, verbondenheid, moed, genegenheid, macht èn uitsluiting, angst – thema’s die ook in deze tijd een grote rol spelen – omgezet in duidelijke lichaamstaal in het stuk TrotzTdem.

De namenstenen van Dörthe Michaelis

In 2014 besloot de vereniging Mahn- und Gedenkstätten im Landkreis Ludwigslust-Parchim e.V. unaniem om, waar nodig, de gedenkplekken aan te passen, uit te breiden, te vernieuwen. Dit in het kader van 70 jaar bevrijding, en waar mogelijk in dezelfde lijn als het monument op het vroegere kampterrein aan de Bundesstraße 106 van kunstenares Dörte Michaelis.

Deze middag om vijf uur werden de namenstenen op de begraafplaats in Ludwigslust ingewijd. Zij die na de bevrijding van KZ Wöbbelin in deze gemeente stierven in ziekenhuis en lazaret vonden een laatste rustplaats op dit ereveld. In de loop der tijd verscheen er het bekende monument Schwurhand, maar – net als bij het ereveld in Wöbbelin – verwees niets naar het aantal en de identiteit van de slachtoffers. Nu brengen 149 stenen mèt en 32 stenen zonder naam daar gedenkwaardig verandering in. Piet Brouwer is één van de Nederlanders die hier begraven ligt. Op 12 mei ’45 schreef hij nog aan mijn moeder dat hij misschien de volgende week al sterk genoeg zou zijn om naar huis te mogen…

Aansluitend was in de nabijgelegen slotkapel een oecumenische dienst. Ook hier klonken de woorden van de profeet Jesaja: ‘Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn’.

 

Rechts de nieuwe namenstenen

Maandag 2 mei

Neustadt-Glewe

Niet alleen kamp Wöbbelin fungeerde als eindpunt van dodenmarsen en – transporten. Een onderkamp van Ravensbrück, een paar kilometer verderop, verging het net zo. Na een bombardement op de Dornier vliegtuigfabriek – Wismar – werd deze herbouwd bij het Wehrmachtvliegveld van Neustadt-Glewe. Ernaast verschenen barakken voor negenhonderd gevangenen. Overwegend Poolse en Russische vrouwen, maar ook Nederlandse.

Hier werden de omstandigheden eveneens mensonterend toen er in 1945 in korte tijd vijfduizend gevangenen bijkwamen. De massagraven op het vroegere kampterrein en de begraafplaats in het dorp bergen zeker duizend slachtoffers. Driehonderd ernstig zieke vrouwen werden direct in een noodhospitaal opgenomen.

 Een zonnig pad door de velden, hier en daar een bord dat aangeeft waar welke barak stond, leidde ons deze ochtend naar een open plek in het bos waar de herdenking plaatsvond.

Bertold Brechts’ woorden op de gedenksteen Trete vor, für einen Augenblick. Unbekannte verdeckten Gesichts, und empfangt unseren Dank verdwenen onder de bloemen.

 Juist nu we naarstig op zoek zijn naar oplossingen voor het vluchtelingenprobleem moeten we ons laten waarschuwen door ons verleden, drukte Olaf Steinberg, president van de districtsvergadering Ludwigslust-Parchim ons op het hart. Nadrukkelijk stond hij stil bij het gevaar van herhaling van de geschiedenis en waarschuwde met name voor een beweging als Pegida en de AFD-partij.

De 86-jarige Janina Iwanska uit Warschau was heel jong toen ze hier gevangen zat. De kampperiode liet zo diepe indruk achter dat ze niets meer met Duitsland te maken wilde hebben, de taal niet meer kon horen. Pas later in haar leven zette ze de stap om nog eens terug te gaan naar die vreselijke plek. Opgelucht had ze ervaren dat de Duitsers van nu zo anders waren en zijn dan die van toen: ‘Al heel lang kom ik niet meer naar vreemden, maar naar bekenden toe.’

De 86-jarige Janina Iwanska, Warschau – terrein onderkamp Ravensbrück, Neustadt-Glewe

Dinsdag 3 mei

Gesprekken, projecten, tentoonstellingen

Op 3 mei waren er ontmoetingen met en gesprekken tussen overlevenden, nabestaanden en leerlingen van scholen in Ludwigslust, Hagenow, Parchim und Rastow. Als voorbereiding op de herdenkingen werkten zij ook dit jaar weer aan verschillende projecten, gepresenteerd in speciale tentoonstellingen.

Janne Bakker wijst de steen van Pieter Brouwer aan