Dit artikel gaat over het woonhuis en de timmerschuur in de Pieter Hakvoortstraat (Wijk 1-20) te Urk. In de Tweede Wereldoorlog woonden hier Pieter en Aaltje Hakvoort en hun gezin. Hun huis was een veilige schuilplaats voor mensen die voor de Duitse bezetter gezocht werden. Op de werfmuur bij dit pand is in 2020 een fotobord geplaatst ter gelegenheid van 75 jaar vrijheid.

Auteur: Pieter Brands (2020)

De woning van Pieter en Aaltje Hakvoort was vanaf 1942 vooral een doorgangshuis voor het wegsluizen van geallieerde vliegeniers, maar ook andere onderduikers. In de timmerschuur onder zijn woning had scheepstimmerman Pieter met zijn zonen een onderduikplaats gegraven. Bij gevaar konden onderduikers via een trap vanuit het bovenhuis naar de schuur om zich in de schuilplaats te verstoppen. Dit was tevens hun slaapplaats. Van buitenaf was de schuur bereikbaar door de deuropening rechts van dit bord. Tegenwoordig is deze ruimte een vriesopslagplaats.


 

De 19-jarige Joodse jongeman Max Pach heeft ongeveer een half jaar bij Pieter en Aaltje Hakvoort ondergedoken gezeten. Hij kwam uit een kleermakersfamilie in Amsterdam. Max overleefde als één van de weinigen van zijn familie de oorlog. Klaas Hakvoort, zoon van Pieter, vertelt over een voorval in de onderduikperiode van Max:

“Op een morgen, ergens in de zomer van 1943, had ik de schuur geopend, Jaap [= schuilnaam van Max] gewekt en ging ik even naar boven, naar de woonkamer. Laat nu net op het moment dat Jaap uit het gat kroop een visser binnenkomen. Ik was vergeten de buitendeur weer af te sluiten. Toen moest ik het wel aan die man vertellen, en hij heeft zijn mond gehouden.”


 

Pieter Hakvoort wilde ook hulp bieden aan het enige Joodse gezin op Urk, bestaande uit Israël Samuel Kropveld, zijn vrouw Heintje en dochter Lea. Iedere zondagmiddag komt de familie Kropveld bij Pieter en Aaltje Hakvoort op bezoek. De toenemende druk van de Duitse bezetting is dan vaak onderwerp van gesprek. Ze zijn erg zenuwachtig, maar van onderduiken willen ze niets weten. Pieter zegt: “Duik toch onder bij ons. Als je wilt, kunnen we jullie dan zo ergens anders laten onderbrengen!”, Israël Samuel wil dat niet: “Nee Piet, ik begin er niet aan. Ik wil niemand tot last zijn”, is zijn antwoord. In mei 1942 wordt het gezin op last van de Duitse bezetters naar Amsterdam gedirigeerd. Uiteindelijk komen zij om in vernietigingskamp Sobibor, waar ze op 9 april 1943 worden vergast. Hun namen staan op het Urker oorlogsmonument bij het Kerkje aan de Zee.


 

Geallieerde vliegenier Peter Miskinis uit New York heeft ook bij de familie Hakvoort ondergedoken gezeten. Zijn vliegtuig (Boeing B-17 Flying Fortress) was niet ver van Urk in de polder neergekomen. Peter is na zijn crash eerst in het riet verstopt en ‘s avonds naar verzetsman en coördinator Pieter Brouwer gebracht voor de eerste verzorging. Daarna werd hij bij Pieter Hakvoort gebracht. Max, de Joodse onderduiker, treedt hierbij op als tolk aangezien Pieter en Aaltje en hun zonen geen Engels kunnen. Peter verblijft hier een aantal dagen. Hij wordt daarna ondergebracht op een ander adres in Nederland en blijft daar tot de bevrijding.


 

In de botterschuur tegenover het huis van Pieter, woonde zijn broer Lub Hakvoort. Samen met Pieter en hun zonen hadden ze ook daar een ondergrondse schuilplaats gemaakt. Deze was afgedekt met een dikke plaat hout. Eens waren hierin net drie bemanningsleden van een neergestort vliegtuig verstopt omdat de Duitsers naar hen op zoek waren. De soldaten kwamen in de schuur en riepen “Wo sind die Engländer?”, terwijl ze de schuur doorzochten.  Lub was op dat moment net aal aan het roken en wist hen af te leiden door  een visje aan te bieden. Ze aten het op, zonder te weten dat ze bovenop de gezochten stonden, en vertrokken. Ze werden niet ontdekt.


 

Pieter Hakvoort betaalde uiteindelijk een hoge prijs voor zijn verzetswerk. Op Tweede Pinksterdag 1944 schilderde zijn zoon Andries Hakvoort ’s nachts Oranjegezinde leuzen op de straten van Urk. De autoriteiten zoeken hem daarom, maar hij wordt gewaarschuwd en weet op tijd te vluchten. Als vergeldingsmaatregel worden vader Pieter Hakvoort en zijn jongste dochter Lummetje Hakvoort, maar ook Andries Pasterkamp en zijn zus Marion Pasterkamp opgepakt. Van de cel op Urk gaan zij uiteindelijk na een aantal dagen naar de Koepelgevangenis in Arnhem. De Sicherheitsdienst (SD) verhoort hen over het voorval en is na ongeveer twee weken van plan hen weer vrij te laten vanwege het onbeduidende van leuzen op straat. Op dat moment krijgt de SD echter informatie binnen dat Pieter Hakvoort geallieerde vliegeniers en Joodse onderduikers heeft geholpen en dat Andries Pasterkamp hier ook bij betrokken was. Op basis van die beschuldigingen stuurt de SD hen als politieke gevangenen naar Kamp Amersfoort. De twee meisjes, Lummetje en Marion, worden wel vrijgelaten uit de gevangenis en keren terug naar Urk.

Pieter schrijft in juli 1944 vanuit het concentratiekamp in een brief naar huis:

“De gedachte dat wij spoedig vrij zullen zijn, wil er niet bij mij in, wij worden ook niet verhoord. Het einde van de oorlog zal ons verlossing moeten brengen (…) Ik maak mij hier veel vrienden dus we zullen na de oorlog wel visite krijgen”.


 

Op 11 oktober moet Pieter Hakvoort op transport naar het Duitse concentratiekamp Neuengamme, nabij Hamburg. De bevrijding zal hij niet meemaken. Pieter sterft op 22 december 1944 in aussenlager Meppen – Versen aan dysenterie. Een andere gevangene, die de zieken verzorgde, schrijft na de oorlog aan zijn vrouw Aaltje en het gezin:

“Hij is in den Heer gestorven, want hij was een goed en vroom man. Veel heeft hij mij verteld over zijn kinderen en zijn vrouw”.

Pieter Hakvoort is na de oorlog postuum onderscheiden met het verzetsherdenkingskruis.

Zijn lichaam kon pas in 1953 vanuit Duitsland naar Urk worden gerepatrieerd. Hij is toen herbegraven in een graf van de oorlogsgravenstichting bij het Kerkje aan de Zee.

De straat waarin zijn voormalige woonhuis staat, is na de oorlog naar hem vernoemd.


 

Andries Pasterkamp overleeft wonderwel de vele subkampen en slopende omstandigheden, maar zal, net als Pieter Hakvoort, de bevrijding ook niet meemaken. Andries en Pieter bleven steeds dicht bij elkaar, zo blijkt uit de opvolgende nummers die zij in de kampen kregen. Drie dagen na hun aankomst in concentratiekamp Neuengamme scheiden hun wegen voorgoed. Gevangenen werden in Neuengamme onder het motto “vernichtung durch arbeit” van buitenkamp naar buitenkamp gesleept. Als de geallieerden verder oprukken, worden alle gevangenen van dit concentratiekamp door de Duitsers op grote schepen in de bocht van Lubeck ondergebracht. Op 3 mei 1944, net voor de bevrijding, werden deze schepen door de geallieerden door een misverstand gebombardeerd. Andries stierf hierbij op het schip “Cap Arcona”. Hij is helaas nooit meer teruggevonden.


 

Een medegevangene die Andries in zijn laatste dagen heeft ontmoet, schrijft in een boekje over hem: “Met weemoed denk ik aan den visser van het voormalige eilandje Urk, die met mij zijn laatste stuk brood heeft gedeeld”. In Neustadt in Holstein is een monument voor de ruim 7.000 gevangenen die bij deze ramp omkwamen.


 

Contact

Neem voor meer informatie of vragen contact op met Pieter Brands
Email: brands pieter (at) gmail . com

Auteur: Pieter Brands (2020)

Bronnen:

  • “Schuilplaats in de haven, 1942 – 1944” in: Sporen van de oorlog. Ooggetuigen over plaatsen in Nederland, 1940 – 1945, Anne Frank Stichting, 1989;
  • “Terug naar 8 oktober 1943”, in: Het Urkerland, 28 april, 2014;
  • “Wo sind die Englander”, “Piet Brouwer”, in: Het Urker Volksleven, 17e jaargang, nr. 2, 3 april 1990;
  • “De weg van Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp. Het verhaal van Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp. Familiereis naar Neuengamme”, Urk in Oorlogstijd, 2012;
  • “Het grote gebod. Deel 1”, 1951.
  • “Een ver-urkte Israeliet. Het levensverhaal van Japien de Joode”, Stichting Urker Uitgaven, 1995;
  • Interview met Jannetje Gerssen – Hakvoort, Stichting Urk in Oorlogstijd, 2008;
  • Interview met Marie Bakker – Nentjes, Stichting Urk in Oorlogstijd, 2012;
  • Brief van Pieter Hakvoort aan zijn gezin vanuit Kamp Amersfoort, juli 1944;
  • Diverse dossiers uit het Nationaal Archief;
  • Eigen archief P. Brands

Dit artikel gaat over het woonhuis en de timmerschuur in de Pieter Hakvoortstraat (Wijk 1-20) te Urk. In de Tweede Wereldoorlog woonden hier Pieter en Aaltje Hakvoort en hun gezin. Hun huis was een veilige schuilplaats voor mensen die voor de Duitse bezetter gezocht werden. Op de werfmuur bij dit pand is in 2020 een fotobord geplaatst ter gelegenheid van 75 jaar vrijheid.

Auteur: Pieter Brands (2020)

De woning van Pieter en Aaltje Hakvoort was vanaf 1942 vooral een doorgangshuis voor het wegsluizen van geallieerde vliegeniers, maar ook andere onderduikers. In de timmerschuur onder zijn woning had scheepstimmerman Pieter met zijn zonen een onderduikplaats gegraven. Bij gevaar konden onderduikers via een trap vanuit het bovenhuis naar de schuur om zich in de schuilplaats te verstoppen. Dit was tevens hun slaapplaats. Van buitenaf was de schuur bereikbaar door de deuropening rechts van dit bord. Tegenwoordig is deze ruimte een vriesopslagplaats.


 

De 19-jarige Joodse jongeman Max Pach heeft ongeveer een half jaar bij Pieter en Aaltje Hakvoort ondergedoken gezeten. Hij kwam uit een kleermakersfamilie in Amsterdam. Max overleefde als één van de weinigen van zijn familie de oorlog. Klaas Hakvoort, zoon van Pieter, vertelt over een voorval in de onderduikperiode van Max:

“Op een morgen, ergens in de zomer van 1943, had ik de schuur geopend, Jaap [= schuilnaam van Max] gewekt en ging ik even naar boven, naar de woonkamer. Laat nu net op het moment dat Jaap uit het gat kroop een visser binnenkomen. Ik was vergeten de buitendeur weer af te sluiten. Toen moest ik het wel aan die man vertellen, en hij heeft zijn mond gehouden.”


 

Pieter Hakvoort wilde ook hulp bieden aan het enige Joodse gezin op Urk, bestaande uit Israël Samuel Kropveld, zijn vrouw Heintje en dochter Lea. Iedere zondagmiddag komt de familie Kropveld bij Pieter en Aaltje Hakvoort op bezoek. De toenemende druk van de Duitse bezetting is dan vaak onderwerp van gesprek. Ze zijn erg zenuwachtig, maar van onderduiken willen ze niets weten. Pieter zegt: “Duik toch onder bij ons. Als je wilt, kunnen we jullie dan zo ergens anders laten onderbrengen!”, Israël Samuel wil dat niet: “Nee Piet, ik begin er niet aan. Ik wil niemand tot last zijn”, is zijn antwoord. In mei 1942 wordt het gezin op last van de Duitse bezetters naar Amsterdam gedirigeerd. Uiteindelijk komen zij om in vernietigingskamp Sobibor, waar ze op 9 april 1943 worden vergast. Hun namen staan op het Urker oorlogsmonument bij het Kerkje aan de Zee.


 

Geallieerde vliegenier Peter Miskinis uit New York heeft ook bij de familie Hakvoort ondergedoken gezeten. Zijn vliegtuig (Boeing B-17 Flying Fortress) was niet ver van Urk in de polder neergekomen. Peter is na zijn crash eerst in het riet verstopt en ‘s avonds naar verzetsman en coördinator Pieter Brouwer gebracht voor de eerste verzorging. Daarna werd hij bij Pieter Hakvoort gebracht. Max, de Joodse onderduiker, treedt hierbij op als tolk aangezien Pieter en Aaltje en hun zonen geen Engels kunnen. Peter verblijft hier een aantal dagen. Hij wordt daarna ondergebracht op een ander adres in Nederland en blijft daar tot de bevrijding.


 

In de botterschuur tegenover het huis van Pieter, woonde zijn broer Lub Hakvoort. Samen met Pieter en hun zonen hadden ze ook daar een ondergrondse schuilplaats gemaakt. Deze was afgedekt met een dikke plaat hout. Eens waren hierin net drie bemanningsleden van een neergestort vliegtuig verstopt omdat de Duitsers naar hen op zoek waren. De soldaten kwamen in de schuur en riepen “Wo sind die Engländer?”, terwijl ze de schuur doorzochten.  Lub was op dat moment net aal aan het roken en wist hen af te leiden door  een visje aan te bieden. Ze aten het op, zonder te weten dat ze bovenop de gezochten stonden, en vertrokken. Ze werden niet ontdekt.


 

Pieter Hakvoort betaalde uiteindelijk een hoge prijs voor zijn verzetswerk. Op Tweede Pinksterdag 1944 schilderde zijn zoon Andries Hakvoort ’s nachts Oranjegezinde leuzen op de straten van Urk. De autoriteiten zoeken hem daarom, maar hij wordt gewaarschuwd en weet op tijd te vluchten. Als vergeldingsmaatregel worden vader Pieter Hakvoort en zijn jongste dochter Lummetje Hakvoort, maar ook Andries Pasterkamp en zijn zus Marion Pasterkamp opgepakt. Van de cel op Urk gaan zij uiteindelijk na een aantal dagen naar de Koepelgevangenis in Arnhem. De Sicherheitsdienst (SD) verhoort hen over het voorval en is na ongeveer twee weken van plan hen weer vrij te laten vanwege het onbeduidende van leuzen op straat. Op dat moment krijgt de SD echter informatie binnen dat Pieter Hakvoort geallieerde vliegeniers en Joodse onderduikers heeft geholpen en dat Andries Pasterkamp hier ook bij betrokken was. Op basis van die beschuldigingen stuurt de SD hen als politieke gevangenen naar Kamp Amersfoort. De twee meisjes, Lummetje en Marion, worden wel vrijgelaten uit de gevangenis en keren terug naar Urk.

Pieter schrijft in juli 1944 vanuit het concentratiekamp in een brief naar huis:

“De gedachte dat wij spoedig vrij zullen zijn, wil er niet bij mij in, wij worden ook niet verhoord. Het einde van de oorlog zal ons verlossing moeten brengen (…) Ik maak mij hier veel vrienden dus we zullen na de oorlog wel visite krijgen”.


 

Op 11 oktober moet Pieter Hakvoort op transport naar het Duitse concentratiekamp Neuengamme, nabij Hamburg. De bevrijding zal hij niet meemaken. Pieter sterft op 22 december 1944 in aussenlager Meppen – Versen aan dysenterie. Een andere gevangene, die de zieken verzorgde, schrijft na de oorlog aan zijn vrouw Aaltje en het gezin:

“Hij is in den Heer gestorven, want hij was een goed en vroom man. Veel heeft hij mij verteld over zijn kinderen en zijn vrouw”.

Pieter Hakvoort is na de oorlog postuum onderscheiden met het verzetsherdenkingskruis.

Zijn lichaam kon pas in 1953 vanuit Duitsland naar Urk worden gerepatrieerd. Hij is toen herbegraven in een graf van de oorlogsgravenstichting bij het Kerkje aan de Zee.

De straat waarin zijn voormalige woonhuis staat, is na de oorlog naar hem vernoemd.


 

Andries Pasterkamp overleeft wonderwel de vele subkampen en slopende omstandigheden, maar zal, net als Pieter Hakvoort, de bevrijding ook niet meemaken. Andries en Pieter bleven steeds dicht bij elkaar, zo blijkt uit de opvolgende nummers die zij in de kampen kregen. Drie dagen na hun aankomst in concentratiekamp Neuengamme scheiden hun wegen voorgoed. Gevangenen werden in Neuengamme onder het motto “vernichtung durch arbeit” van buitenkamp naar buitenkamp gesleept. Als de geallieerden verder oprukken, worden alle gevangenen van dit concentratiekamp door de Duitsers op grote schepen in de bocht van Lubeck ondergebracht. Op 3 mei 1944, net voor de bevrijding, werden deze schepen door de geallieerden door een misverstand gebombardeerd. Andries stierf hierbij op het schip “Cap Arcona”. Hij is helaas nooit meer teruggevonden.


 

Een medegevangene die Andries in zijn laatste dagen heeft ontmoet, schrijft in een boekje over hem: “Met weemoed denk ik aan den visser van het voormalige eilandje Urk, die met mij zijn laatste stuk brood heeft gedeeld”. In Neustadt in Holstein is een monument voor de ruim 7.000 gevangenen die bij deze ramp omkwamen.


 

Contact

Neem voor meer informatie of vragen contact op met Pieter Brands
Email: brands pieter (at) gmail . com

Auteur: Pieter Brands (2020)

Bronnen:

  • “Schuilplaats in de haven, 1942 – 1944” in: Sporen van de oorlog. Ooggetuigen over plaatsen in Nederland, 1940 – 1945, Anne Frank Stichting, 1989;
  • “Terug naar 8 oktober 1943”, in: Het Urkerland, 28 april, 2014;
  • “Wo sind die Englander”, “Piet Brouwer”, in: Het Urker Volksleven, 17e jaargang, nr. 2, 3 april 1990;
  • “De weg van Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp. Het verhaal van Pieter Hakvoort en Andries Pasterkamp. Familiereis naar Neuengamme”, Urk in Oorlogstijd, 2012;
  • “Het grote gebod. Deel 1”, 1951.
  • “Een ver-urkte Israeliet. Het levensverhaal van Japien de Joode”, Stichting Urker Uitgaven, 1995;
  • Interview met Jannetje Gerssen – Hakvoort, Stichting Urk in Oorlogstijd, 2008;
  • Interview met Marie Bakker – Nentjes, Stichting Urk in Oorlogstijd, 2012;
  • Brief van Pieter Hakvoort aan zijn gezin vanuit Kamp Amersfoort, juli 1944;
  • Diverse dossiers uit het Nationaal Archief;
  • Eigen archief P. Brands