Op 12 september 1944 startte de bevrijding van Nederland met operatie Market Garden. Het zuiden van Nederland werd door de Engelsen, Canadezen en Amerikanen bevrijd. Vanaf 8 februari 1945 vond een tweede offensief plaats. Op verschillende plaatsen staken de geallieerden de Rijn over. Pas in april kon begonnen worden met de bevrijding van noordelijk Nederland. Vooral de Canadezen wisten snel grote delen van het noorden te bevrijden.

Vlag weer in top – Raadhuis op Urk

Voorbodes van de bevrijding

De Duitsers waren op 14 april 1945 al begonnen om voorbereidingen te treffen om van Urk te vertrekken. De telefoonverbindingen met het vasteland werden verbroken. Op 15 april lieten zij twee schepen zinken zodat de sluis versperd raakte. De daar opvolgende nacht waren er ontploffingen te horen. Om de binnenhaven te versperren werd de kraan tot zinken gebracht. Omdat er nog geen wegverbinding met het voormalig eiland was verlieten de Duitsers op de ochtend van 16 april Urk over de Lemmerdijk en de twee achtergebleven Waffenboten voeren de haven uit. Urk was noch bezet, noch bevrijd.

De enige landwachter, een hulppolitieagent, die Urk rijk was probeerde eveneens via de dijk te ontkomen maar werd teruggewezen.

Vlag weer in top – Raadhuis op Urk

De bevrijding

Op 17 april werd de Noordoostpolder door de Canadezen bevrijd. In de nacht van 17 op 18 april kwamen de Binnenlandse Strijdkrachten in actie en pakten alle Urker NSB’ers op. Zij werden naar kamp Espelerbocht in Emmeloord gebracht waar ze gevangen werden gezet.

De bevrijding gaf op Urk veel feestvreugde. Met vlaggen en oranjedoeken en alles wat daarop leek gaf de bevolking uiting aan haar blijdschap. Een schietpartij op 19 april overschaduwde de feestvreugde. De meisjes die in de oorlog verkering met een Duitse soldaat hadden werden op het pleintje voor het gemeentehuis onder grote belangstelling kaal geschoren. De sfeer veranderde, een opstootje dreigde uit de hand te lopen. Een politieagent wilde in de lucht schieten maar tegelijkertijd gaf iemand een slag op zijn arm. Twee jonge mannen werden door de kogel geraakt en verloren het leven.

De NSB’ers worden opgepakt op Urk

Canadezen op Urk

Op vrijdag 20 april verschenen de eerste Canadese bevrijders op Urk. De Canadezen werden uitgelaten en met veel vreugde onthaald. Op 21 april kwam de Christelijke Oranje Vereniging bijeen in de bestuurskamer van de Wilhelminaschool om een feest te organiseren op de verjaardag van prinses Juliana op 30 april. Die dag werd het naambord, dat door de Duitsers in de haven was gegooid omdat het de naam van de Koningin vermeldde, weer aan de muur van de Wilhelminaschool bevestigd.

Op 4 mei 1945 werd ’s avonds om half tien via de radio bekendgemaakt dat de Duitse bezetters hadden gecapituleerd. Deze capitulatie zou ingaan op 5 mei om 8 uur ’s morgens. Die dag wapperden door het hele dorp de vlaggen. Op het kerkplein voor de Bethelkerk kwam de bevolking samen. Nadat het Wilhelmus gezongen was werden de openbare overblijfselen van de NSB verbrand, net als alle Duitse vlaggen.

De Canadese bevrijders op Urk

Na de bevrijding

Nederland was bevrijd, maar de ellende was daarmee nog niet voorbij. Vanwege de schaarste waren veel producten nog lange tijd op rantsoen. De botters die in de loop van de oorlog door de Duitsers waren gevorderd, moesten worden opgespoord. Telkens als een teruggevonden botter, hoe gehavend ook, de haven weer binnenvoer, heerste er blijdschap.

Wekelijks stond er in de plaatselijke krant wel een plezierige mededeling. Zo keert burgemeester Keijzer op 14 mei uit gevangenschap op Urk terug en werd een strook van de Noordzeekust weer voor bevissing vrijgegeven. Langzaamaan keerden weggevoerde Urkers weer terug. De goederenschaarste werd geleidelijk minder, het werk aan de dijken werd hervat en de bootverbinding met Enkhuizen, Kampen en Amsterdam werd weer hersteld. Ook brandde het licht van de vuurtoren brandde en werd de kerktelefoon opnieuw in gebruik genomen. De schepen die in de haven tot zinken waren gebracht werden gelicht.

Toch was ook Urk niet ongeschonden door de oorlog gekomen. Regelmatig werden nog aangespoelde vliegers tijdelijk op Urk begraven, bleken er Urker botters verloren te zijn gegaan en keerden niet alle plaatsgenoten op Urk terug.