luchtoorlog

vanuit de lucht

Waar tijdens de Eerste Wereldoorlog nog nauwelijks sprake van was, werd één van de karakteristieken die de oorlogvoering van de Tweede Wereldoorlog gingen kenmerken: de bombardementen. Waren het in het begin van de oorlog de Duitsers die het overwicht in de lucht bezaten, in de loop van 1943 keerde, mede door de inmenging van de Verenigde Staten, het tij en kregen de geallieerden het overwicht in de lucht. Dit resulteerde in grootschalige bombardementen op Duitse steden die dag en nacht plaatsvonden.

Hierdoor storten in de loop van de oorlog stortten veel geallieerde vliegtuigen in de buurt van Urk neer, niet alleen in het IJsselmeer, maar ook in de pas drooggevallen Noordoostpolder. De meeste vliegers werden door de Duitsers opgepakt, maar soms lukte het hen om zich in het op veel plekken meer dan manshoge riet van de polder te verschuilen en zo te ontsnappen.

Herkenningspunt

Vanuit de lucht was Urk goed te herkennen omdat het tussen twee dijken lag. Daarom werd het door de geallieerde vliegers als herkenningspunt op de vliegroute naar Duitsland gebruikt. Rond het IJsselmeer was door de Duitsers een netwerk van radars opgesteld dat geallieerde vliegtuigen opspoorde. Duitse jagers werden vervolgens naar de toestellen geleid om ze te onderscheppen. In de loop van de oorlog zijn veel vliegtuigen in de buurt van Urk neergekomen. Zij stortten niet alleen in het IJsselmeer neer, maar ook in de pas drooggevallen Noordoostpolder.

Wallace Emmert vliegtuig toestel in de Tweede Wereldoorlog, De B17G 42-37751 die nabij Urk landde op 8 oktober 1943.

De B17G 42-37751 die nabij Urk landde op 8 oktober 1943.

 

Begrafenissen

Ongeveer 100 tot 175 bemanningsleden, die bij de crashes waren omgekomen, zijn door de mannen van de Urker Luchtbeschermingsdienst (LBD) geborgen. In het begin van de oorlog, toen de polder nog niet volledig drooggevallen was, stonden zij daarbij soms tot hun knieën in het water. Het vervoer van de stoffelijke resten naar Urk gebeurde vooral met paard en wagen. De omgekomen bemanningsleden werden in het begin van de oorlog op de begraafplaats naast het Kerkje aan de Zee begraven. Omdat de begrafenissen onder grote belangstelling van de bevolking plaatsvonden werden ze door de Duitsers verboden. Aan het eind van de oorlog werden de vliegers, vanwege brandstofgebrek, weer op Urk begraven. In totaal zijn tijdens de oorlog 25 bemanningsleden op Urk begraven. Na de oorlog zijn zij op verschillende erevelden in Nederland en daarbuiten herbegraven.

Het precieze aantal vliegtuigcrashes boven het IJsselmeer tijdens de oorlog is niet bekend. Honderden jonge vliegers hebben tijdens de oorlog in de buurt van Urk de dood gevonden, van velen is de naam niet bekend. Ze gaven hun leven voor onze vrijheid.

Kaart met ingetekende vliegtuigwrakken in het IJsselmeer

Kaart met ingetekende vliegtuigwrakken in het IJsselmeer

Als de begrafenissen van geallieerde vliegers, 1941-1945

 

Hulp aan neergestorte vliegers

Als de bemanningsleden de crash overleefden werden zij meestal door de Duitsers opgepakt. Soms lukte het hen om zich in het hoge riet in de polder te verstoppen. Het verzet op Urk hielp bemanningsleden vervolgens te ontsnappen. Eerst werden ze op onderduikadressen op Urk ondergebracht. Vervolgens voeren ze met de bootdienst naar Amsterdam of Enkhuizen waar ze verder werden geholpen door Urkers die zich in Noord-Holland hadden gevestigd.

gebeurtenissen op chronologische volgorde

1940

Tudhope

Tudhope is de laatste drenkeling die op Schokland is aangespoeld. 

1941

10-4-1941

Crash nummer: T991

Piloot: Vyvian Quentery Blackden

Noodlanding

Noodlanding bij Urk, 5 mei 1941

 

Van minimaal een toestel dat afkomstig was van Schellingwoude, is bekend dat deze bij Urk een noodlanding heeft moeten maken. In de vroege morgen van 5 mei 1941 was het toestel opgestegen. Onderweg werd het toestel door eigen mensen onder vuur genomen. Daardoor moest het een noodlanding bij Urk maken. Dit gebeurde bij de dijk naar Kampen. De Urker bevolking stroomde massaal uit om deze noodlanding ‘van den mof’ van nabij te aanschouwen. Aan boord van het toestel waren normaal vijf personen. Of het er ook vijf waren die bij Urk naar beneden kwamen is niet bekend.

Gegevens:

Type toestel                  Heinkel He 59D

Registratie                    DS+KA ‘Schleiereule’

Eenheid                        4./Seenotstaffel

Het toestel was afkomstig van de 4./Seenotstaffel. Deze is niet gestationeerd geweest op Schellingwoude, maar op Norderny. Een aantal gegevens die ik heb kunnen opduiken, wijzen erop dat de 4./Seenotstaffel de basis Schellingwoude als uitvalbasis gebruikten. Waarschijnlijk is deze Heinkel He 59D op weg of afkomstig geweest van Schellingwoude.

Op Schellingwoude zijn voor het grootste deel Heinkel He 115 toestellen gestationeerd geweest. Van de andere toestellen is niet bekend of ze inderdaad op Schellingwoude hun thuisbasis hebben gehad.

Auteur: Jan Grisnich

Op de foto staan drie mannen. Waarschijnlijk twee van hen zijn bemanningsleden van het toestel. Voor het toestel ligt een bootje. Bij de dijk, op de achtergrond, staat de Urker bevolking.

Afkortingen:

3./K.Fl.Gr 906               3de Staffel, van de 906de Küstenfliegergruppe

Stab./K.Fl.Gr 106           De Staf, van de 106de Küstenfliegergruppe

Do                               Dornier (vliegtuigbouwer)

Fw                               Focke Wulf (vliegtuigbouwer)

He                               Heinkel (vliegtuigbouwer)

Fotoverantwoording

De twee foto’s die de noodlanding met de Urker bevolking laten zien, zijn afkomstig van dhr. F. Selinger, verkregen via dhr. J. Schuurman (Heiloo, NH).

Langs de dijk van Urk naar Lemmer wordt op 1 juli 1941 een stoffelijk overschot aangetroffen. Het is het lichaam van de 25 jarige Ludwig Karcz, hij was de radio operator van het Britse vliegtuig Wellington Mk. 1C – code R1322.

In dit toestel vlogen ook piloot Dorman, co-piloot Gwóźdź, navigator Sochorski, radiotelegrafist Sikorski, boordschutter  Karcz en boordschutter  Pisarski.

*Ludwig Karcz ook wel opgeschreven als Ludwik Karcz

Ludwig Karcz 9-5-1941

Langs de dijk van Urk naar Lemmer wordt op 1 juli 1941 een stoffelijk overschot aangetroffen. Het is het lichaam van de 25 jarige Ludwig Karcz, hij was de radio operator van het Britse vliegtuig Wellington Mk. 1C – code R1322.

In dit toestel vlogen ook piloot Dorman, co-piloot Gwóźdź, navigator Sochorski, radiotelegrafist Sikorski, boordschutter  Karcz en boordschutter  Pisarski.

*Ludwig Karcz ook wel opgeschreven als Ludwik Karcz

De begrafenis

Eén dag later wordt hij op Urk begraven, op 2 juli 1941. Het is de tweede begrafenis op Urk, en ook nu loopt Urk massaal uit voor deze geallieerde helper. Bij deze begrafenis zijn veel Urkers aanwezig die in het Nederlandse leger hebben gezeten zoals Henk Hartman, Cees Zeeman en Piet Brouwer. Ook Opperwachtmeester der marechaussee Harmen Visser is erbij om de laatste eer te bewijzen.

De kist is afgedekt met een zwart kleed. Eerder viel het de Duitse bezetter al op, bij de eerste begrafenis op 25 mei 1941 van Duncan Mc. Dougall, dat er veel eerbetoon en toestroom was van de Urkers.

Nu is er dan ook een Duitser aanwezig die alles bekijkt. Ludwig Karcz wordt begraven in graf 158 op het oude kerkhof van Urk, ‘Het kerkje aan de zee’.

 
Grafmonument

Niet veel later geeft de hele Urker gemeenschap Ludwig en Duncan een prachtig grafsteen. Deze grafsteen wordt geplaatst tussen 2 juli 1941 en 10 september 1941. Het wordt door de Urkers ook wel het ‘vliegersmonument’ genoemd.

Herbegrafenis

Na de oorlog krijgt Ludwig Karcz zijn definitieve rustplaats als hij herbegraven wordt in Amerfoort, begraafplaats ‘Oud Leusden’

9-5-1941 J.P.Dorman

Nog geen archief aanwezig.

1942