Razzia's in de omgeving van of op Urk .
Tijdens de Tweede Wereldoorlog hielden de Duitsers in bezet Nederland razzia’s waarbij onverwacht groepen mensen werden opgepakt. Tijdens de oorlogsjaren was er nog geen wegverbinding met Urk. De verschillende razzia’s die gedurende de oorlog op Urk werden gehouden hadden doorgaans weinig resultaat omdat de Urkers de Duitse boten al van ver aan zagen komen.
De eerste razzia van betekenis
De eerste razzia van betekenis vond plaats op zondagochtend 14 mei 1943. Met Waffenboten naderde de Grüne Polizei Urk in alle vroegte. Gewapende Duitse soldaten doorzochten elk huis. Veel Urkers hadden een Ausweis omdat zij werkzaam waren in de visserij of in de Noordoostpolder. Met een Auswies was je vrijgesteld van arbeid in Duitsland en werd je ongemoeid gelaten. Die ochtend werden ongeveer 14 jongens opgepakt. Met de boot brachten de Duitsers de gevangenen naar Amsterdam en vandaar naar concentratiekamp Amersfoort. Na enkele weken werden de jongens weer vrijgelaten en keerden na een moeizame en omslachtige reis terug op Urk.
In de periode dat de jongens in Amersfoort gevangen zaten, hadden verschillende Urkers verwoede pogingen gedaan hen vrij te krijgen. Zij waren verschillende keren naar Den Haag gereisd om bij het Duits bureau voor hun vrijlating te pleiten. Achteraf bleek dat de Duitsers hadden gedacht dat zij honderden onderduikers op Urk konden oppakken op die 14e mei. Dat zij uiteindelijk een oogst van nog geen 20 man bij elkaar hadden was niet volgens verwachting.
Een razzia in september 1944
In september van het jaar 1944 hielden de Duitsers een twee daagse razzia in de Noordoostpolder. Vroeg op de zondagmorgen kwamen de Duitsers op Urk aan. Niemand had van te voren iets over de razzia gehoord en in allerijl werden de schuilplaatsen opgezocht wat niet iedereen lukten. Die zondagochtend werd een enkeling door de Duitsers opgepakt.
Verraad in oktober 1944
Eind oktober kreeg Urk bezoek van de Duitse waterpolitie die op zoek was naar Gerardus Metz, Kees Koffeman, havenmeester C. Zeeman, Jan ten Napel, Chris van Beckhoven, Reie Kale en Geert Oost. Deze mannen waren waarschijnlijk door een Duits gezinde Urker verraden en werden met behulp van de op Urk ingekwartierde Duitse soldaten opgebracht. Van Beckhoven en Kale konden zich, in eerste instantie, verbergen maar werden later alsnog gearresteerd. Bij Chris van Beckhoven vonden de Duitsers bij een huiszoeking een radio die afgestemd was op Radio Oranje. De mensen in Nederland moesten in het geheim luisteren omdat de Duits bezetter het luisteren naar deze zender verboden had. De Duitsers verhoorden de 7 mannen om er achter te komen wie iets afwist van de illegale radio en meeluisterde. Dankzij pure bluf en veel vrijmoedigheid wisten zij zich erdoorheen te praatten.
De grote razzia van 18 november 1944
De razzia op 17/18 november 1944 was van een andere orde. De voorbereidingen voor deze razzia waren op de avond van 16 november al ingezet met de vordering van het gemeentehuis van Blokzijl en het inrichten van een hoofdkwartier. Op 17 november kamden zo’n 4000 Duitse soldaten de Noordoostpolder uit. De volgende dag kwamen Duitse soldaten vanaf de Lemmerdijk met geladen karabijnen en handgranaten in hun laarzen het dorp binnenlopen. Er ging een enorme dreiging vanuit. Alle mannen van 18 tot 45 jaar moesten zich in de Wilhelminaschool melden. Ongeveer 80 Urker mannen werden gearresteerd en in Waffenboten naar Vollenhoven afgevoerd. Vandaar werden zij op transport gezet naar Duitsland waar de mannen gedwongen te werk werden gesteld. Na de oorlog keerden alle mannen weer heelhuids op Urk terug.
Omdat er veel geboren Urkers door de crisis jaren of andere redenen verhuisd waren naar plaatsen zoals de Zaan en IJmuiden zijn er over deze personen ook verschillende verhalen te vertellen. De arbeitsinsatz en de razzia’s op mannen hield heel Nederland in zijn greep. Deze verhalen willen wij ook op deze site plaatsen. Maar zoeken nog een logische plek.
Maar op deze pagina willen wij eerst starten met het verhaal van Sjoerd Snoek en zijn lotgenoten waar hij een boek over heeft geschreven.
Sjoerd Snoek heeft tijdens zijn gedwongen verblijf in Duitsland een dagboek bij gehouden. Dit is naast de personen die hij bevraagd heeft de basis geworden voor zijn boek over de razzia van 18 november. De Urker gevangenen zijn veel met Rotterdammers in Duitsland tewerkgesteld, de Rotterdammers waren ook gedwongen tewerkgesteld in Duitsland. Na de oorlog was het voor de Rotterdammers moeilijk om over deze periode te spreken. Het dagboek van Sjoerd Snoek heeft veel andere Nederlandse slachtoffers van Duitse dwangarbeid geholpen om het gesprek hun naasten aan te gaan.
Korte samenvating van het dagboek van Sjoerd Snoek.
Sjoerd is geboren en getogen op Urk. Zijn opa was de laatste robbenvanger van Urk en het gezin waarin hij geboren was bestond uit ondernemers. Overdag waren ze schilder of maakten ze ijs voor de vissersschepen en ’s avonds waren ze kapper.
Sjoerd was zelden of nooit van Urk afgeweest in zijn jonge jaren, de razzia maakte hier een einde aan.
Duitse stafkaart gebruikt voor de Razzia in de N.O.P.
Op 22 december 2025 ontving Pieter Hoekstra van de stichting Urk in oorlogstijd. Hans en Mirjam op Urk om een Duitse stafkaart die is gebruikt voor de razzia van de Noord Oost Polder op 17 en 18 november 1944 in ontvangst te nemen. De vader van Hans: Gerrit Post (7-3-1913 Zutphen) Heeft deze kaart bij zijn werkzaamheden voor het verzet meegenomen uit een Duitse kamer of ruimte waar belangrijke militairen gelegerd waren geweest.
De kaart heeft al die jaren in de hoes gezeten en de vouwen zitten er op de huidige foto’s nog in.
Op de kaart kun je de tactische insluiting van de Noord Oost Polder duidelijk zien met als sluitpunt het voormalige eiland Urk. Doordat de WasserSchutzpolizei de Zuiderzee bewaakten was het ontsnappen via de Zuiderzee/IJsselmeer onmogelijk.
Deze (schiet)(staf)kaart is in 1944 uitgegeven en voorzien van belangrijke details die voor de Duitsers belangrijk waren om deze grote razzia met precisie te kunnen uitvoeren.
Stratenplannen van Urk en Emmeloord en het voormalige eiland Schokland staan ingetekend op de Kaart. Met kleuren en duidelijke vermeldingen staan op de kaart vermeldt welke gebieden/vakken door wie afgezocht werden naar ondergedoken mannen en mensen die met behulp van het verzet onder valse voorwendselen werkten in de N.O.P. om aan de Arbeidsinzet in Duitsland te ontkomen.
De Noord Oost Polder kreeg in en na de Tweede Wereldoorlog daardoor ook de bijnaam van het Nederlands Onderduikers Paradijs.
Terug op Urk na de razzia
Na Sjoerd Snoek zijn er meerdere mensen geweest die het verhaal van de razzia hebben verteld.
Gerrit Hoefnagel (1923-1996)
Gerrit Hoefnagel zijn verhaal over de razzia is als podcast uitgegeven en is door veel mensen beluisterd, wat duidelijk maakt dat veel Nederlanders geïnteresseerd zijn in verhalen over de Arbeitsinsatz en de Tweede Wereldoorlog.
Het verhaal van Gerrit en Jan, Frans en Lub die samen maandenlang weg waren, maakt het begrip voor deze generatie groter. Ze waren opgepakt tijdens de razzia van 17 november 1944 in de Noord-Oostpolder.
Opgepakt tijdens het werk
Gerrit werkte als timmerman in de polder toen het gebeurde. Op 17 november kwamen er plotseling meer dan 4.000 soldaten. Ze namen de gevangen genomen mannen mee naar Duitsland om daar te werken. Een dag later werden er op Urk zelf ook nog eens tachtig mannen opgepakt.
Zwaar en gevaarlijk werk
De mannen werden naar het Duitse dorpje Lingen gebracht. Het was een vreselijke reis. In Duitsland moesten ze elke dag diepe geulen graven in de grond. De Duitsers hoopten dat de vijand (de Geallieerden) daar met hun tanks niet doorheen konden rijden.
Het werk was niet alleen zwaar, maar ook levensgevaarlijk. Terwijl de mannen groeven, vlogen er vliegtuigen over die bommen gooiden en schoten. Gerrit en zijn vrienden dachten vaak dat ze het niet zouden overleven.
Eindelijk weer thuis
Vijf maanden later kwamen ze eindelijk weer aan op Urk. Ze waren doodmoe en hun kleren zaten onder de vlooien en luizen. Ze zagen eruit als zwervers. De mensen op Urk stonden hen op de dijk op te wachten. Drie dagen later was het groot feest: toen kwamen de Canadese bevrijders over diezelfde dijk het dorp binnen.
Stilte
De vier mannen hebben daarna heel lang niet over hun tijd in Duitsland gepraat. Het was te heftig wat ze hadden meegemaakt en de mensen van deze generatie wilden vooruit kijken i.p.v. achteruit kijken.
