Bevrijding
Voorbodes van de bevrijding
De Duitsers waren op 14 april 1945 al begonnen om voorbereidingen te treffen om van Urk te vertrekken. De telefoonverbindingen met het vasteland werden verbroken. Op 15 april lieten zij twee schepen zinken zodat de sluis versperd raakte. De in de pastorie gelegerde soldaten vertrokken die middag op twee schepen uit de haven terwijl twee Waffenboten achterbleven.
De daar opvolgende nacht waren er ontploffingen te horen. Om de binnenhaven te versperren werd de kraan tot zinken gebracht. Omdat er nog geen wegverbinding met het voormalig eiland was verlieten de laatste Duitsers op de ochtend van 16 april Urk over de Lemmerdijk en de twee achtergebleven Waffenboten voeren de haven uit. Urk was noch bezet, noch bevrijd.
De enige landwachter, een hulppolitieagent, die Urk rijk was probeerde eveneens via de dijk te ontkomen maar werd teruggewezen. NSB-burgemeester Landman probeerde er in een punter vandoor te gaan, maar ook hij werd tegengehouden.
De bevrijding
Op 17 april werd de Noordoostpolder door de Canadezen bevrijd. In de nacht van 17 op 18 april kwamen de Binnenlandse Strijdkrachten in actie en pakten enkele NSB’ers op. Zij werden naar kamp Espelerbocht in Emmeloord gebracht waar ze gevangen werden gezet.
De bevrijding gaf op Urk veel feestvreugde. Met vlaggen en oranjedoeken en alles wat daarop leek gaf de bevolking uiting aan haar blijdschap. Een schietpartij op 19 april overschaduwde de feestvreugde. De meisjes die in de oorlog verkering met een Duitse soldaat hadden werden op het pleintje voor het gemeentehuis onder grote belangstelling kaal geschoren. De sfeer veranderde, een opstootje dreigde uit de hand te lopen. Een politieagent wilde in de lucht schieten maar tegelijkertijd gaf iemand een slag op zijn arm. Twee jonge mannen werden door de kogel geraakt en verloren het leven.
Canadezen op Urk
Op vrijdag 20 april verschenen de eerste Canadese bevrijders op Urk. De Canadezen werden uitgelaten en met veel vreugde onthaald. Op 21 april kwam de Christelijke Oranje Vereniging bijeen in de bestuurskamer van de Wilhelminaschool om een feest te organiseren op de verjaardag van prinses Juliana op 30 april. Die dag werd het naambord, dat door de Duitsers in de haven was gegooid omdat het de naam van de Koningin vermeldde, weer aan de muur van de Wilhelminaschool bevestigd.
Op 4 mei 1945 werd ’s avonds om half tien via de radio bekendgemaakt dat de Duitse bezetters hadden gecapituleerd. Deze capitulatie zou ingaan op 5 mei om 8 uur ’s morgens. Die dag wapperden door het hele dorp de vlaggen. Op het kerkplein voor de Bethelkerk kwam de bevolking samen. Nadat het Wilhelmus gezongen was werden de openbare overblijfselen van de NSB verbrand, net als alle Duitse vlaggen.
Na de bevrijding
Nederland was bevrijd, maar de ellende was daarmee nog niet voorbij. Vanwege de schaarste waren veel producten nog lange tijd op rantsoen. De botters die in de loop van de oorlog door de Duitsers waren gevorderd, moesten worden opgespoord. Telkens als een teruggevonden botter, hoe gehavend ook, de haven weer binnenvoer, heerste er blijdschap.
Wekelijks stond er in de plaatselijke krant wel een plezierige mededeling. Zo keert burgemeester Keijzer op 14 mei uit gevangenschap op Urk terug, werd een strook van de Noordzeekust weer voor bevissing vrijgegeven. Langzaam aan keerden weggevoerde Urkers weer terug. De goederenschaarste werd langzaam minder, het werk aan de dijken werd hervat en de bootverbinding met Enkhuizen, Kampen en Amsterdam werd weer hersteld. Ook brandde het licht van de vuurtoren brandde en werd de kerktelefoon opnieuw in gebruik genomen. De schepen die in de haven tot zinken waren gebracht werden gelicht.
Toch was ook Urk niet ongeschonden door de oorlog gekomen. Regelmatig werden nog aangespoelde vliegers tijdelijk op Urk begraven, bleken er Urker botters verloren te zijn gegaan en keerden niet alle plaatsgenoten op Urk terug.
Door het schietincident tijdens de bevrijdingsdagen in april waarbij 2 mannen omkwamen waren de bevrijdingsfeesten stopgezet.
Eind Juni kwamen er Engelse soldaten vanuit Kampen met hun amfibie tanks naar Urk varen. En werd de bevrijding weer gevierd.
Op 17 of 18 April zijn we hoogstwaarschijnlijk bevrijd door Canadezen vanuit Lemmer. Waarbij de Queen own rifles en het franstalige regiment La Chauddiere de grootste kans maken.
De gevechtsverslagen bespreken Urk niet, wel is op onze bevrijdingsfoto majoor W.J.Weir herkend van het regiment Queen own rifles.
