De Tweede Wereldoorlog
Nadat Duitsland en Engeland in september 1939 elkaar de oorlog verklaarden, begonnen zij mijnen in de Noordzee te leggen. Hoewel vlak nabij de Nederlandse kust door de strijdende partijen nog geen mijnen werden gelegd, was de Noordzee voor de Nederlandse vissers te onveilig om nog te vissen.
Nederland probeert neutraal te blijven net als in de eerste wereldoorlog. De Nederlandse politiek en bestuurders probeerden de neutraliteit van ons land te bewaken. En Nederland buiten een Wereldoorlog te houden.
De Duitse aanval op Nederland
De Urker vloot was op 10 mei, de vrijdag voor Pinksteren, aan het vissen op de Noordzee. Er was nog nauwelijks radioverkeer en de vissers waren zich van deze inval niet bewust. Duitse vliegtuigen hadden die ochtend in het Noordzeekanaal en binnen de pieren van IJmuiden (magnetische) mijnen afgeworpen. Toen de botters de haven van IJmuiden binnen wilden varen werden ze tegengehouden en moesten ze enige tijd wachten. Toen ze daarna aan de kade afmeerden werden ze door Nederlandse militairen opgewacht die vroegen of ze een Engelse vloot hadden waargenomen.
De vissers antwoordden dat zij die niet hadden gezien. Twee schippers stelden hun botters beschikbaar aan de Koninklijke Marine om te helpen bij het ruimen van de (magnetische) mijnen. De rest van de vloot vertrok naar Urk waar ze zonder problemen aankwamen. ’s Avonds lag bijna de gehele vloot in de haven. Na de oorlog heeft Z.K.H. prins Bernhard het Kruis van Verdienste aan de moedige schippers uitgereikt. De bemanning ontving een dankbetuiging en gratificatie.
De vloot vaart uit
Op de vroege ochtend van eerste Pinksterdag, zondag 12 mei, werd bekendgemaakt dat de vloot opdracht had gekregen om naar Amsterdam te vertrekken. De Nederlandse legerleiding had namelijk het vermoeden dat de Duitsers met de Urker bottervloot het IJsselmeer wilden oversteken om zo Noord-Holland binnen te vallen.
Daarom moest alles wat drijven kon de haven verlaten. Deze vaartuigen werden ook op het Kleine Klif of het Urker strand laten zinken. Kerkdiensten werden die zondagochtend niet gehouden omdat de hele bevolking naar de haven was gekomen. Alles wat van waarde voor de Duitsers kon zijn werd in de haven gegooid. Als laatste vertrok Salonboot de Toerist uit de haven.
De botters kwamen ’s middags in Amsterdam aan en werden verspreid voor anker gelegd om te voorkomen dat in de Amsterdamse haven vijandelijke watervliegtuigen zouden landen. Met de meegevaren passagiersboot kwamen de vissers, tot grote opluchting van de achtergebleven Urkers, die nacht weer op Urk terug.
Meidagen
Toen de Duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnen vielen visten de meeste Urker vissers dan ook vlak onder de kust omdat het daar betrekkelijk veilig was. Die dag wierpen Duitse vliegtuigen op het Noordzeekanaal bij IJmuiden mijnen. Na enig oponthoud mocht de vloot de haven van IJmuiden binnen varen. Twee Urker schippers boden hun schepen met bemanning aan om te helpen bij het ruimen van de mijnen. De rest van de Urker vloot voer naar Urk en kreeg op Pinksterzondag 12 mei opdracht om naar Amsterdam te varen. Daar werden de schepen voor anker gelegd om te voorkomen dat Duitse watervliegtuigen in de haven zouden landen.
Om te verhinderen dat kostbare brandstof in handen van de Duitsers viel, staken Britse militairen op 14 mei alle olievoorraden in de Amsterdamse haven in brand. De Marine had alle Urker botters, die op 12 mei over het IJ verspreid voor anker waren gelegd, op last van de Duitsers bij de visafslag aangemeerd. Ondanks de grote branden, die dagenlang in de haven woeden, keerden alle schepen weer veilig op Urk terug.
De Urker visserman Jacob Romkes viste bij zijn oom Frans Hoefnagel aan boord vanuit Scheveningen waar zijn oom woonachtig was. Tijdens de meidagen werden Frans en Jacob gedwongen om met Franse militaire attachés en geheime documenten tezamen met ambassade personeel naar Engeland over te varen. Na aankomst konden zij niet meer naar bezet Nederland terugkeren. De gezinnen moesten nu op eigen kracht zien te overleven.
Gebeurtenissen op de Zuiderzee / IJsselmeer tijdens de meidagen.
Bij Enkhuizen is de Z3 op de krabbersdam laten zinken om hem voor de Duitsers onbruikbaar te maken.
Kornwerderzand aan de afsluitdijk een vitaal verdedigingspunt voor het Nederlandse leger tijdens de meidagen van 1940. De Nederlandse overheid had bij het maken van de Afsluitdijk in 1932 ook Kazematten gemaakt om vesting Holland en de Hollandse waterlinie intact
Vissen tijdens de oorlog
De Duitse bezetter probeerde een afweging te maken tussen extra gevangen voedsel en het vluchtgevaar van Nederlanders naar Engeland. De vissers werden aan strenge controles onderworpen en kregen speciaal uitgegeven documenten om een korte tijd te mogen vissen op een korte afstand van de Nederlandse kust en een beperkte voorraad brandstof aan boord.
Urker slachtoffers
Er zijn in de Tweede Wereldoorlog minder Urkers vissers ten prooi aan oorlogsgeweld op zee door oorlogshandelingen gevallen, dan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vissen op zee was tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef voor alle vissers levensgevaarlijk. Niet alleen door beschietingen en het torpederen van visserschepen, maar ook door de mijnen die Engelsen en Duitsers in zee legden. Deze mijnen waren met ankers en een draad op verschillende diepten van de voor hen belangrijke vaarroutes gelegd. Niemand wist waar precies. Door stormweer sloegen veel mijnen los van de ankers en dreven ze naar de Hollandse kust. Een pal moest ervoor zorgen dat de drijvende mijnen, eenmaal losgeschoten van het anker, verder onschadelijk bleven. In de praktijk bleef de pal echter op zijn plaats door de begroeiing met zeepokken. De drijvende mijnen vormden dan ook een groot gevaar voor de visserij. Sommige vissers stopten onder andere om deze reden met vissen en gingen werken bij de inpoldering, aan de dijk of op een sleepboot of bak.
Vrijdag 16 augustus 1940
Op vrijdag 16 augustus 1940 vist de SCH 49 nabij Scheveningen als deze rond het middaguur op een zeemijn loopt. De ijzeren botter ontploft en zinkt naar de diepte. Aan boord zijn:
Dubbele Ras
Arie Wittebol
Tinus Bruin
Dubbele en Arie raken gewond, maar de 16-jarige Arie Wittebol wordt niet meer teruggevonden.
Maandag 10 Maart 1941
In IJmuiden geeft schipper Gerrit Korf aan de Duitse autoriteiten dat hij naar zee wil. De Duitse commandant regelt een Duitse soldaat die met de UK-83 mee moet (dit ter preventie van het naar Engeland varen). De UK-83 vist ver buiten, bij Het Diepe gat, samen met de KW 104 en de UK 76.
Die maandagavond krijgt de UK 76 een zeemijn tussen de borden. Die ontploft, maar richt geen noemenswaardige schade aan. Op dinsdagmorgen 11 maart ontploft er vlak bij de KW 104 een zeemijn en ook deze richt geen schade aan schip en bemanning aan.
UK 83 10 maart 1941
De 29-jarige Jurie en zijn 22-jarige broertje Sjoerd van de Berg voeren op 10 maart 1941 onder leiding van schipper en eigenaar Gerrit Korf (35 jaar) op de UK 83 mee in een konvooi voor de nachtvisserij, onder begeleiding van een patrouilleboot. Nachtvisserij was gevaarlijk, omdat dat verder uit de kust werd gedaan en niet in de buurt van de normale visgronden. Vier andere Urker visserschepen, die normaliter ook van de partij waren, voeren deze keer ondanks het gunstige visweer niet mee. Op 22 à 23 mijl afstand van IJmuiden begonnen de botters met vissen. De UK 83 was bij het uitzetten van de netten vijfhonderd meter van de UK 76 verwijderd. Vanwege het heiige weer zag schipper Kapitein van de UK 76 al snel niets meer van het schip. Ze kregen dan ook niet mee dat de UK 83 door een oorlogsmijn ontplofte. ‘De Jonge Louwe’ zonk naar de bodem van de zee en drie jonge Urkers verdronken daarbij op tragische wijze.
De andere Urker botter kreeg dezelfde nacht een mijn in het net en ook hier volgde een ontploffing. Het vistuig was verloren, maar de botter niet. Op woensdagmorgen zagen Katwijker vissers wrakhout, een kist en een nieuwe klomp drijven, maar men wist nog niet van het vergaan van de ‘Jonge Louwe’. De spullen dreven te ver weg om uit zee te halen. Wel werd een kapotte reddingsboei opgevist. Omdat de UK 83 genoeg proviand en brandstof bij zich had om drie dagen door te vissen verkeerden de andere vissers in de veronderstelling dat de UK 83 gewoon aan het vissen was. Later vernam de bemanning van de KW 104 dat de resten die ze hadden gezien, waarschijnlijk van de UK 83 waren. Verder onderzoek leverde echter niets op.
Maandenlang bleef op Urk de onzekerheid, terwijl het tegelijkertijd wel vaststond dat de bemanning omgekomen moest zijn. Een stoomtrawler viste in augustus 1941 echter een koffertje op met Urker kleren. Deze bleken afkomstig te zijn van schipper Gerrit Korf. De twee jonge echtgenotes van Gerrit en Jurie van de Berg verloren hun mannen. Brechtje van de Berg-Bakker, de moeder van Sjoerd en Jurie verloor in één klap twee kinderen. Heel Urk leefde mee met de zwaar getroffen families. Het nieuwsbericht in de Oprechte Urker sloot af met ‘De vis wordt duur betaald!’. Het vergaan van de UK 83 heeft ertoe geleid dat alle Urkers zijn afgestapt van de gevaarlijke nachtvisserij.
Gerrit Korf (33 jaar)
Jurie van den Berg (29 jaar)
Sjoerd van den Berg (22 jaar)
Handgeschreven aantekeningen van Pieter Kramer uit de collectie vrienden van Urk.
In 1929 bestelden Gerrit Korf van de UK-83 en Flerik Bakker een klimax motor in hun botters. Ook de motoren vielen op Urk tegen. De botter van Flerik Bakker is later naar Goeree verkocht en in de oorlog op een mijn gelopen. In 1941 is de ijzeren botter (UK-83) van Gerrit Korf op een mijn gelopen. Het schip is in de nacht buiten het diepe gat bij Terschelling toen de opvarenden van de in de buurt vissende ijzeren kotter de UK-41 een harde knal hoorden. De bemanning en de Duitse militair die voor de bewaking aan boord was kwamen om het leven.
Duitse verslaglegging over het vergaan van de UK-83
Der Fishkutter 83 aus Ymuiden kehrte am abend des 17-3-1941 und während der nacht nicht in seinen heimathafen zuruck. Das es unwahrscheinlich ist, dass das Boot nach England gefahren ist, wird angenommen, dass es auf eine mine gelaufen oder durch Bombentreffer vernichtet worden ist. Es befand sich ein Deutscher soldat als sicherheitswache an bord.
Bron: KTB van de Marinebefehlshader in den Niederlanden.
Andere gebeurtenissen
Donderdagmorgen 12 juni 1941
De Blazer HD 75 van Cornelis Koorn (getrouwd met Urker Jacobje Post) is samen met zijn zoons voor de kust van Scheveningen aan het vissen als er bij het halen een torpedo in het net blijkt te zitten. Als zoon Dirk de torpedo uit het net snijdt en wanneer hij zegt: “zo, die is eruit.” ontploft de torpedo waarop de Blazer zinkt. Bij dit ongeval komen om Dirk Koorn (39 jaar) en Lubbert Koorn (19 jaar).
