Bleekneusjes

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er veel kinderen op Urk geweest voor kortere of langere tijd. Het was voor de oorlog al een gebruik om kinderen uit de grote steden op te vangen in landelijke plaatsen met voldoende eten en zonlicht.

Het I.K.C. heeft tijdens de oorlog het lot van de kinderen in de grote steden aangetrokken en tijdelijke woonadressen voor hun gezocht. De voedselschaarste werd tijdens de hongerwinter veel Nederlanders fataal. Het mogen bijdragen aan het redden van deze kinderen wordt ook wel een geschiedenis bladzijde met een gouden randje genoemd.

Een geschiedenispagina met een gouden randje

De grootste 3 groepen met kinderen zijn eind 1944 en begin 1945 op Urk gekomen. Maar via kerken en diverse connecties zijn er incidenteel al eerder kinderen naar Urk gekomen. Bijvoorbeeld in de zomervakanties om aan te sterken en het gevaar van bombardementen te vergeten. Voor kinderen met Urker roots was dit al een gewoonte om de op Urk wonende familie te ontmoeten.

Persoonlijke verhalen

Ansje Droog

Joop Mensinga kwam vanuit Schiedam met een binnenvaartschip naar Urk als bleekneusjes, zijn zusje was ook op Urk. Joop heeft altijd goede herinneringen aan Urk en de familie van Klaas en Dirkje Hoekman bewaard.

Joop is altijd erg dankbaar geweest voor het redden van zijn leven en en de veiligheid die hij en zijn zus op Urk ervaren hebben.

Hans Frankenhuis of Gerrit Snoek is als Joods jongetje tussen de bleekneusjes op Urk terecht gekomen en heeft op deze manier de oorlog overleefd. Hans werdt na de oorlog in kennis gesteld van zijn afkomst en bleef op Urk  wonen. 

Hans Frankenhuis heeft tot zijn pensionering in de buurt van Urk gewoond en is daarna naar Tel Aviv verhuisd. Elk jaar komt hij Urk bezoeken en voelt zich nog steeds Urker.

Lea Meents kwam vanuit Amsterdam naar Urk met een binnenvaartschip vol met kinderen die via de organisatie het heil des volks verzameld waren. Haar Joodse identiteit is bewust verzwegen. 

Het leven van Lea is door de oorlog getekend. Toch kwam ze graag op Urk of bij de familie van haar tijdelijke pleegouders op bezoek.

Louw Janson is vanuit Amsterdam met een groep kinderen en begeleiders in een binnenvaartschip naar Urk gebracht. De organisatie “tot heils des volks”probeerde in de Amsterdamse volkswijken zoveel mogelijk ouders te bewegen om hun kinderen een veilige plek te bieden in het laatste stadium van de oorlog en de hongerwinter.

Carolien Hopman was thuis bij de familie Brouwer.