Visserij slachtoffers door militaire oorzaken
De eerste Urker slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog zijn:
Rikle de Vries (23 jaar) en Willem Weerstand (18 jaar). Zij varen met de Enkhuizer Schokker EH 110 Hillegondanaar de visgronden op de Noordzee als in de nacht van donderdag 16 op vrijdagnacht 17 september 1915 zich 40 mijl ten noordwesten van IJmuiden een enorme explosie zich voordoet. Rikle en Willem vinden bij deze explosie, die het gevolg is van een zeemijn, de dood.
Bron: Oprechte Urker Courant.
In de nacht van 16 op 17 september is de Schokker vloot door een vreselijk ongeluk getroffen. Omstreeks half vier werden al de opvarenden van een dozijn vissersvaartuigen door een hevige knal opgeschrikt. Bij het naar binnen zeilen werd door de bemanning van de UK-50 en schipper Korf het ondersteboven drijvende wrak van de Enkhuizer schuit EH-110 gezien. De schipper W. de Jong en zijn knechts R. de Vries, 23 jaar en W. Weerstand 18 jaar zijn bij deze ramp jammerlijk omgekomen.
Opmerkelijk is het dat de beide jonge Urkers zich uit vrees voor het mijnengevaar niet op de logger hebben begeven, maar zich bij een kustvisser hebben verhuurd..
Op woensdag 18 april 1917 vist de YM 42 Flamingo samen met de YM 82 Vischjan op 24 ten noordoosten van het Terschellinger vuurschip, als zich weer een enorme explosie als gevolg van een zeemijn zich zich voordoet. De YM 82 Vischjan is samen met haar 11-koppige bemanning in de golven verdwenen. Aan boord was de op Urk geboren en getogen Gerrit Ras.
December 1916
In december 1916 ligt de UK 102 te vissen als ineens een Duitse U-boot naast zich boven water verschijnt. De Duitsers vragen aan schipper Gerrit Bos of ze vis mogen kopen. De Duitsers komen bij de UK 102 aan boord en zoeken zelf een zooitje vis uit en daarna vertrekken ze weer.
Dit was een onschuldige ontmoeting tussen Urker vissers en een van de strijdende partijen. Hoe anders zou het gaan op donderdag 8 augustus 1918.
Scheveningen 129 of SCH 139 Gerrit Post 30 jaar
Dinsdag 6 op woensdag 7 augustus 1918
vergaan van de HD 353
Lammert Snoek 59 jaar
Lubbertje Snoek 27 jaar
Dubbele Snoek 33 jaar
Donderdag 8 augustus 1918
Toon Bakker
Op 8 augustus 1918 brak de eerste dag van het 100 dagen offensief van de Derde Slag bij Picardië aan. Het is bij Amiens aan de Somme een beslissende dag op de fronten van WO 1. Na een lange impasse barst de strijd in alle hevigheid los en wordt het een zwarte dag voor de Duitsers. Aan de zijde van de Duitsers zullen 270.000 mensen de dood vinden. Het wordt een zwarte dag aan het front, maar ook op Urk!
Op de Noordzee in de buurt van het vuurtorenschip Haak gebeurt het volgende: (ooggetuigeverslag?)
‘Vertel eens Dubbele, hoe is het nou gebeurd met Toon Bakker en de IJM 274?’
‘Nou Jongen, we waren boven Terschelling aan het vissen en van de oorlog was niets te merken.
De zee was spiegelglad en de zon schitterde op het water. Het was uitstekend visweer en het was genieten op het water. Het vistuig lag buiten boord.
Gezamenlijk zouden we net in het vooronder aan tafel gaan om te eten. Toon had het gebed al uitgesproken en de knecht die het eten had klaargemaakt wilde net opscheppen. Plotseling kwam er vanuit het niets een periscoop van een onderzeeboot boven water. En niet veel later lag met een hoop gesis de hele Duitse U-boot boven aan het wateroppervlak. We hadden helemaal geen vermoeden van onraad. Onze neutraliteit stond immers duidelijk op de boeg van de botter geschilderd.
De U-boot was dichtbij en we vertrouwden het toch niet helemaal. Het werd ons toch wat te heet onder de voeten. We maakten het vistuig los en deden daar een boei aan om het later weer terug te kunnen halen. De zeilen lieten we snel zakken om te kunnen ontsnappen.’
Even is het stil en de stem van Dubbele klinkt bewogen als hij verder gaat ‘Toen ineens een luide knal. De mannen van de U Boot hadden het kanon in gereedheid gebracht en een granaat afgeschoten in de richting van de botter. De granaat vloog suizend over en sloeg een gat in het zeil. Het zeil kwam met een geweldig geraas naar beneden. Het tweede schot sloeg een gat in de boeg. Het schip raakte lek. Ik stond als geschokt op de botter. Mijn neef en ik zwaaiden wild en gebaarden dat we Nederlanders waren, en dus neutraal. We wezen naar de vlag.
Een tweede schot klonk en er vloog weer een granaat in de richting van de botter. Deze explodeerde dicht in de buurt van de botter. Een regen van scherven daalde neer op het dek. Een van de scherven trof Toon in zijn zij. Toon zakte achter het roer ineen en stierf hevig bloedend in mijn armen. Zijn laatste waren: ‘Urania… dank.’
En dat door de Duitsers die hij zag als zijn vrienden waande. Het voelt als verraad.
Van ver klinkt de stem van Dubbele: ‘De kogels vlogen om onze oren. Mijn neef riep naar de Duitsers of het nog niet genoeg was. De schipper lag hevig bloedend op het dek. Of dat geholpen heeft, weet ik niet, maar ze gingen er net zo snel weer vandoor als ze gekomen waren, zonder nog naar ons om te zien.
De botter werd door een stoomboot naar de haven van Den Helder gesleept. Tijdens het varen pompten we steeds het water weg, om het schip drijvende te houden. Het lichaam van Toon is naar het marine hospitaal gebracht. Mijn neef en ik moesten voor een commissie van officieren een verklaring afleggen op het wachtschip van de Marine. Verschillende Urker mannen en vrouwen stonden op de kade in Den Helder om te zien hoe het lichaam van Toon aan wal wordt gebracht.
Ontsteld zakt Evert Bakker weer achterover. ‘Dat kan niet!’ Is dit dan mijn beloning voor het redden van de Duitse bemanning van de Urania met gevaar voor mijn eigen leven? Ik deed hun goed en zij behandelen mij kwaad. Ik redde hun schipbreukelingen met levensgevaar, zij doodden lafhartig mijn zoon. En dat in de buurt van de plek waar Toon met de UK 52 aangevaren is door de Tayageta.’
Op de Noordzee in de buurt van het vuurtorenschip Haak gebeurt het volgende: (ooggetuigeverslag?)
‘Vertel eens Dubbele, hoe is het nou gebeurd met Toon Bakker en de IJM 274?’
‘Nou Jongen, we waren boven Terschelling aan het vissen en van de oorlog was niets te merken.
De zee was spiegelglad en de zon schitterde op het water. Het was uitstekend visweer en het was genieten op het water. Het vistuig lag buiten boord.
Gezamenlijk zouden we net in het vooronder aan tafel gaan om te eten. Toon had het gebed al uitgesproken en de knecht die het eten had klaargemaakt wilde net opscheppen. Plotseling kwam er vanuit het niets een periscoop van een onderzeeboot boven water. En niet veel later lag met een hoop gesis de hele Duitse U-boot boven aan het wateroppervlak. We hadden helemaal geen vermoeden van onraad. Onze neutraliteit stond immers duidelijk op de boeg van de botter geschilderd.
De U-boot was dichtbij en we vertrouwden het toch niet helemaal. Het werd ons toch wat te heet onder de voeten. We maakten het vistuig los en deden daar een boei aan om het later weer terug te kunnen halen. De zeilen lieten we snel zakken om te kunnen ontsnappen.’
Even is het stil en de stem van Dubbele klinkt bewogen als hij verder gaat ‘Toen ineens een luide knal. De mannen van de U Boot hadden het kanon in gereedheid gebracht en een granaat afgeschoten in de richting van de botter. De granaat vloog suizend over en sloeg een gat in het zeil. Het zeil kwam met een geweldig geraas naar beneden. Het tweede schot sloeg een gat in de boeg. Het schip raakte lek. Ik stond als geschokt op de botter. Mijn neef en ik zwaaiden wild en gebaarden dat we Nederlanders waren, en dus neutraal. We wezen naar de vlag.
Een tweede schot klonk en er vloog weer een granaat in de richting van de botter. Deze explodeerde dicht in de buurt van de botter. Een regen van scherven daalde neer op het dek. Een van de scherven trof Toon in zijn zij. Toon zakte achter het roer ineen en stierf hevig bloedend in mijn armen. Zijn laatste waren: ‘Urania… dank.’
En dat door de Duitsers die hij zag als zijn vrienden waande. Het voelt als verraad.
Van ver klinkt de stem van Dubbele: ‘De kogels vlogen om onze oren. Mijn neef riep naar de Duitsers of het nog niet genoeg was. De schipper lag hevig bloedend op het dek. Of dat geholpen heeft, weet ik niet, maar ze gingen er net zo snel weer vandoor als ze gekomen waren, zonder nog naar ons om te zien.
De botter werd door een stoomboot naar de haven van Den Helder gesleept. Tijdens het varen pompten we steeds het water weg, om het schip drijvende te houden. Het lichaam van Toon is naar het marine hospitaal gebracht. Mijn neef en ik moesten voor een commissie van officieren een verklaring afleggen op het wachtschip van de Marine. Verschillende Urker mannen en vrouwen stonden op de kade in Den Helder om te zien hoe het lichaam van Toon aan wal wordt gebracht.
Ontsteld zakt Evert Bakker weer achterover. ‘Dat kan niet!’ Is dit dan mijn beloning voor het redden van de Duitse bemanning van de Urania met gevaar voor mijn eigen leven? Ik deed hun goed en zij behandelen mij kwaad. Ik redde hun schipbreukelingen met levensgevaar, zij doodden lafhartig mijn zoon. En dat in de buurt van de plek waar Toon met de UK 52 aangevaren is door de Tayageta.’
7 Augustus 1918
Op 7 augustus 1918 liep de HD 353 op een zeemijn.
Aan boord bevinden zich drie Urker vissers.
Lammert Snoek (58 jaar) en zijn zonen Dubbele Snoek (34 jaar) en Lub Snoek (28 jaar).
22 augustus 1918
In de nacht van 22 op 23 augustus liep de botter UK 119, de twee gebroeders op een zeemijn. Drie opvarenden komen hierbij om het leven. Hun lichamen worden niet gevonden.
Louwe Post (53 jaar)
Jacob Post (26 jaar en zoon van Louwe Post)
Jacob Post (27 jaar, hun neef).
3 Oktober 1918
Op donderdag 3 oktober 1918 loopt bij de Haaksgronden de botter HD 12 op een zeemijn. Aan boord bevinden zich de Urkers Okke Post (53 jaar) en zijn beide zoons Pieter Post (24 jaar) en Albert Post (19 jaar).
Interbellum periode
16 januari 1919
Op donderdag 16 januari 1919 vaart de UK 114 (Hendrik de Vries) bij het naar binnen gaan op een zeemijn en vergaat met alle opvarenden. Hierbij komen om het leven:
Hendrik de Vries (45 jaar)
Jan Bakker (52 jaar)
Jacob Bakker (19 jaar)
Maart 1919
In maart 1919 verging als gevolg van een ontploffing van een zeemijn de YM 93.
Onder de twaalf koppige bemanning die het leven laat bevinden zich ook twee Urkers die in Velsen wonen. Dit zijn:
Evert Ras (45 jaar)
Pieter van Veen (44 jaar)
Donderdag 12 juni 1919
Op donderdag 12 juni 1919 liep de HD 10 bij Terschelling op een zeemijn en verging met man en muis. Aan boord waren:
Jelle Kramer (10 jaar)
Andries Woord (46 jaar)
Reinier Woord (13 jaar)
Maandag 10 Maart 1941
In IJmuiden geeft schipper Gerrit Korf aan de Duitse autoriteiten dat hij naar zee wil. De Duitse commandant regelt een Duitse soldaat die met de UK-83 mee moet (dit ter preventie van het naar Engeland varen). De UK-83 vist ver buiten, bij Het Diepe gat, samen met de KW 104 en de UK 76.
Die maandagavond krijgt de UK 76 een zeemijn tussen de borden. Die ontploft, maar richt geen noemenswaardige schade aan. Op dinsdagmorgen 11 maart ontploft er vlak bij de KW 104 een zeemijn en ook deze richt geen schade aan schip en bemanning aan.
UK 83 10 maart 1941
De 29-jarige Jurie en zijn 22-jarige broertje Sjoerd van de Berg voeren op 10 maart 1941 onder leiding van schipper en eigenaar Gerrit Korf (35 jaar) op de UK 83 mee in een konvooi voor de nachtvisserij, onder begeleiding van een patrouilleboot. Nachtvisserij was gevaarlijk, omdat dat verder uit de kust werd gedaan en niet in de buurt van de normale visgronden. Vier andere Urker visserschepen, die normaliter ook van de partij waren, voeren deze keer ondanks het gunstige visweer niet mee. Op 22 à 23 mijl afstand van IJmuiden begonnen de botters met vissen. De UK 83 was bij het uitzetten van de netten vijfhonderd meter van de UK 76 verwijderd. Vanwege het heiige weer zag schipper Kapitein van de UK 76 al snel niets meer van het schip. Ze kregen dan ook niet mee dat de UK 83 door een oorlogsmijn ontplofte. ‘De Jonge Louwe’ zonk naar de bodem van de zee en drie jonge Urkers verdronken daarbij op tragische wijze.
De andere Urker botter kreeg dezelfde nacht een mijn in het net en ook hier volgde een ontploffing. Het vistuig was verloren, maar de botter niet. Op woensdagmorgen zagen Katwijker vissers wrakhout, een kist en een nieuwe klomp drijven, maar men wist nog niet van het vergaan van de ‘Jonge Louwe’. De spullen dreven te ver weg om uit zee te halen. Wel werd een kapotte reddingsboei opgevist. Omdat de UK 83 genoeg proviand en brandstof bij zich had om drie dagen door te vissen verkeerden de andere vissers in de veronderstelling dat de UK 83 gewoon aan het vissen was. Later vernam de bemanning van de KW 104 dat de resten die ze hadden gezien, waarschijnlijk van de UK 83 waren. Verder onderzoek leverde echter niets op.
Maandenlang bleef op Urk de onzekerheid, terwijl het tegelijkertijd wel vaststond dat de bemanning omgekomen moest zijn. Een stoomtrawler viste in augustus 1941 echter een koffertje op met Urker kleren. Deze bleken afkomstig te zijn van schipper Gerrit Korf. De twee jonge echtgenotes van Gerrit en Jurie van de Berg verloren hun mannen. Brechtje van de Berg-Bakker, de moeder van Sjoerd en Jurie verloor in één klap twee kinderen. Heel Urk leefde mee met de zwaar getroffen families. Het nieuwsbericht in de Oprechte Urker sloot af met ‘De vis wordt duur betaald!’. Het vergaan van de UK 83 heeft ertoe geleid dat alle Urkers zijn afgestapt van de gevaarlijke nachtvisserij.
Gerrit Korf (33 jaar)
Jurie van den Berg (29 jaar)
Sjoerd van den Berg (22 jaar)
Dinsdag 23 juli 1968 vist de Uk-245 op 18 mijl boven Terschelling als tussen de vangst een aantal dozen blijkt te zitten. Aan de buitenkant is niet te zien wat er in de dozen zit.
Opvarende Cees de Vries trekt een doos open en trekt er een bus uit die ontploft. De ontploffing veroorzaakt grote schade. De reddingboot van Terschelling vaart uit met een dokter aan boord, deze kan bij Cees de Vries (48 jaar) alleen nog maar de dood vaststellen. Schipper Jacob Bakker (40 jaar) moet medisch behandeld worden en zoon Jan Bakker (17 jaar) is in shock.
Een demontagegroep van de marine stelt vast dat tussen de vis nog vier explosieven gevonden worden. Deze worden veiliggesteld en buiten de dijk tot ontploffing gebracht.
1 augustus 1971 (maandag)
De UK ? heeft een kanon opgevist van een schip dat vergaan is bij de slag om Jutland tijdens de Eerste Wereld oorlog.
Viskopers kochten ook het oud ijzer op. Het geld was een zakcentje. EOD en politie was al getipt. Het opgevist kanon was nog geladen en stond op scherp. Op maandagmorgen was Kloas Nentjes (29 jaar) de Komme tegen het kanon gaan tikken met een stok. Dit had hij gezien van een van de mannen van de EOD. Deze hadden het kanon laten staan. Waarschijnlijk omdat het weekeind was en ze maandag toch terug zouden komen.
Donderdag 15 augustus 1985
De UK 368 ligt te vissen in de Duitse Bocht. Na het binnenhalen van de netten moeten er enkele herstelwerkzaamheden gedaan worden aan de netten. Terwijl de bemanning daarmee bezig is loopt opvarende Koos de Keiser (30 jaar) met een voorwerp dat tussen de vangst zit onder de bak en begint eraan te sleutelen. Dan ontploft het voorwerp en dat wordt hem fataal. De schade is groot en de scherven zitten in de brug. Drie andere opvarenden lopen verwondingen op. Opvarende Gerrit Vrolijk krijgt een scherf in zijn rug en blijft voor de rest van zijn leven invalide.
28 november 2019, UK-165
De Urker kotter UK-165 is vergaan door het blijven haken achter het scheepswrak de Ruth uit 1942. De 2 opvarenden zijn hierbij omgekomen.
Jochem Foppen
Hendrik de Vries