De grote oorlog

De Eerste Wereldoorlog vormt zowel een zegen als een vloek voor Nederlandse vissers. Hoge visprijzen en schaarste maken dat de vissers van het neutrale Nederland veel geld kunnen verdienen door toch de zee op te gaan. Maar op de door oorlog geteisterde Noordzee loert het gevaar van ontploffende zeemijnen, torpedovuur en ander oorlogsgeweld. Vele honderden Nederlandse vissers komen als gevolg daarvan tijdens deze oorlog om. Ook Urk blijft dit leed niet bespaard. De kleine vissersgemeenschap telt in deze periode zo’n 3000 inwoners en verliest 14 vissermannen. De grote verliezen van visserlevens tijdens de Eerste Wereldoorlog vormen voor de zwaarst getroffen plaatsen aanleiding voor de oprichting van de eerste Nederlandse vissersmonumenten: In 1922 in Egmond aan Zee en Scheveningen. In plaats van grote heersers op sokkels te hijsen, krijgt het leed van de gewone man een plaats. Deze eerste vissersmonumenten zijn lange tijd over het hoofd gezien als onderdeel van de Nederlandse herdenkingscultuur van de Eerste Wereldoorlog. Met de vissers als vergeten groep Nederlandse slachtoffers van die oorlog.

Na de Eerste Wereldoorlog zette de motorisering van vissersschepen in de jaren twintig definitief door. De komst van nieuwe scheepstypen en technische verbeteringen vergroten op langere termijn de veiligheid aan boord. Tijdens het interbellum komen nog eens 15 Urkers aan boord om door zeemijnen of andere explosieven. 

Gebeurtenissen vanaf 1914

Uitbreken van de Eerste Wereldoorlog

Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) uitbreekt, blijft Nederland neutraal, maar mobiliseert wel op 31 juli 1914 het leger en brengt het in opperste staat van paraatheid. Nederland is ten opzichte van de strijdende partijen klein, heeft geen belang in de oorlog en is allerminst opgewassen en wil daarbij bovendien met neutraliteit ongeschonden uit de oorlog komen. Voor de strijdende grootmachten Engeland, Duitsland en Frankrijk is de neutraliteit van Nederland in het voordeel. Engeland en Duitsland kunnen ons land op die manier als buffer gebruiken. Zo hoeven ze de Noordzeekust niet te verdedigen en kan Duitsland vanwege de door Engeland aangebrachte blokkades ons neutrale land blijven gebruiken als doorvoerland voor goederen. Hoewel onze regering beoogt om ongeschonden het conflict door te komen biedt de neutraliteit geen garanties en heeft weinig voordelen. De neutraliteit van buurland België wordt op 4 augustus 1914 op wrede wijze geschonden en dat boezemt angst in ons vaderland. In beginsel worden de neutrale Nederlandse schepen op de Noordzee met rust gelaten, terwijl de schepen van de oorlogvoerende grootmachten worden vernietigd. De strijdende partijen nemen het daarbij niet al te nauw. De door de Engelse en Duitsers op de Noordzee als blokkade gelegde mijnenvelden vormen een ware bedreiging voor de vissersvloot. Op 8 augustus stuurt daarom de Koninklijke Marine het jachtschip de Viking de Noordzee op om de vissers te waarschuwen voor het gevaar. De vloot blijft daarop binnen. De acties van de strijdende partijen blijven in ons land niet zonder gevolgen. Schaarste als gevolg van geblokkeerde goederen toevoer van zeehavens treffen ook de Nederlandse burgers, waarop de vloot als gevolg van de enorme vraag naar vis en de hoogoplopende prijzen in oktober 1914 toch weer uitvaart. Dat de Noordzee zal veranderen tot een gevaarlijk werkterrein voor de Urker vloot zal daarna al snel blijken 

Verliezen van vissers  in WO 1

Tussen augustus 1914 en december 1919 gingen 213 Nederlandse schepen ten onder. Hierbij  verloren 1022 man hun leven op zee. Hieronder zijn drie Urker vaartuigen en verliezen 21 (oud)Urker vissers het leven.[1]

 Om de neutraliteit van de botters te tonen werden ze voorzien van een brede rood-wit-blauwe band langs de boeg met daarin in grote letters het woord ‘HOLLAND’. Toch bood ook dat geen garanties. De Duitsers, getergd door de Britse blokkade en repressie op hun schepen, beantwoorden dit door op 18 februari 1915 te starten met een onbeperkte duikbootoorlog tegen alles wat maar varen kon. Deze duikbootoorlog had verregaande gevolgen voor Nederland omdat neutrale schepen, en daarmee de handel, niet meer veilig waren. Niet alleen zeemijnen zijn een gevreesd oorlogstuig voor de vissers op de Noordzee. 

Hierop heeft Nederland in het geheim onderhandelingen opgestart met Duitsland met als uitkomst een garantie voor Duitsland een ‘vrije vaargeul’, die vanaf de Nederlandse westkust, noordelijk via het oostelijk gedeelte van de Doggersbank naar het noorden voerde. Dit bood de Urker vloot toch nog wat mogelijkheid om op de Noordzee het onder gevaarlijke omstandigheden hun werk te doen.  

In juli 1916 willen de Engelsen dat de visserij en de handel op Duitsland stopt en brengen hiervoor schepen op en houden die vast en de lading wordt in beslag genomen. Hierop pakken de Duitsers de situatie rigoureuzer aan met een onbeperkte onderzeebootoorlog. 

Incidenten w.o.1.

In december 1916 ligt de UK 102 te vissen als ineens een Duitse U-boot naast zich boven water verschijnt. De Duitsers vragen aan schipper Gerrit Bos of ze vis mogen kopen. De Duitsers komen bij de UK 102 aan boord en zoeken zelf een zooitje vis uit en daarna vertrekken ze weer.

Dit was een onschuldige ontmoeting tussen Urker vissers en een van de strijdende partijen.

uk-46

Op maandag 12 mei loopt de UK 46 op een zeemijn. 

Als door een wonder overleven de drie opvarenden dit ongeval.

Slachtoffers w.O.1.

Rikle de Vries (23 jaar) en Willem Weerstand (18 jaar). Zij varen met de Enkhuizer Schokker EH 110 Hillegondanaar de visgronden op de Noordzee als in de nacht van donderdag 16 op vrijdagnacht 17 september 1915 zich 40 mijl ten noordwesten van IJmuiden een enorme explosie zich voordoet. Rikle en Willem vinden bij deze explosie, die het gevolg is van een zeemijn, de dood. 

 

Bron: Oprechte Urker Courant.

 

In de nacht van 16 op 17 september is de Schokker vloot door een vreselijk ongeluk getroffen. Omstreeks half vier werden al de opvarenden van een dozijn vissersvaartuigen door een hevige knal opgeschrikt. Bij het naar binnen zeilen werd door de bemanning van de UK-50 en schipper Korf het ondersteboven drijvende wrak van de Enkhuizer schuit EH-110 gezien. De schipper W. de Jong en zijn knechts R. de Vries, 23 jaar en W. Weerstand 18 jaar zijn bij deze ramp jammerlijk omgekomen.

Opmerkelijk is het dat de beide jonge Urkers zich uit vrees voor het mijnengevaar niet op de logger hebben begeven, maar zich bij een kustvisser hebben verhuurd..

Gerrit Ras

Op woensdag 18 april 1917 vist de YM 42 Flamingo samen met de YM 82 Vischjan op 24 ten noordoosten van het Terschellinger vuurschip, als zich weer een enorme explosie als gevolg van een zeemijn zich zich voordoet. De YM 82 Vischjan is samen met haar 11-koppige bemanning in de golven verdwenen. Aan boord was de op Urk geboren en getogen Gerrit Ras.

Gerrit Post

In 1916 met de Scheveningen 129 of SCH 139 is Gerrit Post 30 jaar oud uit Urk  omgekomen.

Lammert - Lubbertje - Dubbele - Snoek

Op dinsdag 6  of woensdag 7 augustus 1918 zijn  vergaan op de HD – 153 of 353

Lammert Snoek 59 jaar

Lubbertje Snoek 27 jaar

Dubbele Snoek 33 jaar

Toon Bakker

Op 8 augustus 1918 brak de eerste dag van het 100 dagen offensief van de Derde Slag bij Picardië aan. Het is bij Amiens aan de Somme een beslissende dag op de fronten van WO 1. Na een lange impasse barst de strijd in alle hevigheid los en wordt het een zwarte dag voor de Duitsers. Aan de zijde van de Duitsers zullen 270.000 mensen de dood vinden. Het wordt een zwarte dag aan het front, maar ook op Urk!

Op de Noordzee in de buurt van het vuurtorenschip Haak gebeurt het volgende: (ooggetuigenverslag van Dubbele) 

‘Vertel eens Dubbele, hoe is het nou gebeurd met Toon Bakker en de IJM 274?’

‘Nou Jongen, we waren boven Terschelling aan het vissen en van de oorlog was niets te merken. 

De zee was spiegelglad en de zon schitterde op het water. Het was uitstekend visweer en het was genieten op het water. Het vistuig lag buiten boord. 

Gezamenlijk zouden we net in het vooronder aan tafel gaan om te eten. Toon had het gebed al uitgesproken en de knecht die het eten had klaargemaakt wilde net opscheppen. Plotseling kwam er vanuit het niets een periscoop van een onderzeeboot boven water. En niet veel later lag met een hoop gesis de hele Duitse U-boot boven aan het wateroppervlak. We hadden helemaal geen vermoeden van onraad. Onze neutraliteit stond immers duidelijk op de boeg van de botter geschilderd.

De U-boot was dichtbij en we vertrouwden het toch niet helemaal. Het werd ons toch wat te heet onder de voeten. We maakten het vistuig los en deden daar een boei aan om het later weer terug te kunnen halen. De zeilen lieten we snel zakken om te kunnen ontsnappen.’ 

Even is het stil en de stem van Dubbele klinkt bewogen als hij verder gaat ‘Toen ineens een luide knal. De mannen van de U Boot hadden het kanon in gereedheid gebracht en een granaat afgeschoten in de richting van de botter. De granaat vloog suizend over en sloeg een gat in het zeil. Het zeil kwam met een geweldig geraas naar beneden. Het tweede schot sloeg een gat in de boeg. Het schip raakte lek. Ik stond als geschokt op de botter. Mijn neef en ik zwaaiden wild en gebaarden dat we Nederlanders waren, en dus neutraal. We wezen naar de vlag. 

Een tweede schot klonk en er vloog weer een granaat in de richting van de botter. Deze explodeerde dicht in de buurt van de botter. Een regen van scherven daalde neer op het dek. Een van de scherven trof Toon in zijn zij. Toon zakte achter het roer ineen en stierf hevig bloedend in mijn armen. Zijn laatste waren: ‘Urania… dank.’  

En dat door de Duitsers die hij zag als zijn vrienden waande. Het voelt als verraad.  

Van ver klinkt de stem van Dubbele: ‘De kogels vlogen om onze oren. Mijn neef riep naar de Duitsers of het nog niet genoeg was. De schipper lag hevig bloedend op het dek. Of dat geholpen heeft, weet ik niet, maar ze gingen er net zo snel weer vandoor als ze gekomen waren, zonder nog naar ons om te zien. 

De botter werd door een stoomboot naar de haven van Den Helder gesleept. Tijdens het varen pompten we steeds het water weg, om het schip drijvende te houden. Het lichaam van Toon is naar het marine hospitaal gebracht. Mijn neef en ik moesten voor een commissie van officieren een verklaring afleggen op het wachtschip van de Marine. Verschillende Urker mannen en vrouwen stonden op de kade in Den Helder om te zien hoe het lichaam van Toon aan wal wordt gebracht.

 Ontsteld zakt Evert Bakker weer achterover. ‘Dat kan niet!’ Is dit dan mijn beloning voor het redden van de Duitse bemanning van de Urania met gevaar voor mijn eigen leven? Ik deed hun goed en zij behandelen mij kwaad. Ik redde hun schipbreukelingen met levensgevaar, zij doodden lafhartig mijn zoon. En dat in de buurt van de plek waar Toon met de UK 52 aangevaren is door de Tayageta.’ 

Louwe - Jacob - Jacob - Post

In de nacht van 22 op 23 augustus liep de botter UK 119, de twee gebroeders op een zeemijn. Drie opvarenden komen hierbij om het leven. Hun lichamen worden niet gevonden. 

Louwe Post (53 jaar)

Jacob Post (26 jaar en zoon van Louwe Post)

Jacob Post (27 jaar, hun neef).

Hendrik de Vries - Jan - Jacob Bakker

Op donderdag 16 januari 1919 vaart de UK 114 (Hendrik de Vries) bij het naar binnen gaan op een zeemijn en vergaat  met alle opvarenden. Hierbij komen om het leven:

Hendrik de Vries (45 jaar)

Jan Bakker (52 jaar)

Jacob Bakker (19 jaar)

Evert ras - Pieter van veen

In maart 1919 verging als gevolg van een ontploffing van een zeemijn de YM 93.

Onder de twaalf koppige bemanning die het leven laat bevinden zich ook twee Urkers die in Velsen wonen. Dit zijn:

Evert Ras (45 jaar) 

Pieter van Veen (44 jaar)

Andries woord - Reinier woord - Jelle Kramer

Op donderdag 12 juni 1919 liep de HD 10 bij Terschelling op een zeemijn en verging met man en muis. Aan boord waren:

Jelle Kramer (10 jaar)

Andries Woord (46 jaar)

Reinier Woord (13 jaar)