In september 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit in Europa. Nederland wilde net als in de Eerste Wereldoorlog neutraal blijven, maar in de vroege uren van10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen. Parachutisten probeerden het regeringscentrum in Den Haag in te nemen maar dat mislukte. Op 13 mei weken koningin Wilhelmina en het kabinet uit naar Londen. Nadat Rotterdam op 14 mei door de Duitsers platgebombardeerd werd besloot het Nederlandse leger zich over te geven.

De oorlog breekt uit

De Urker vloot was op 10 mei, de vrijdag voor Pinksteren, aan het vissen op de Noordzee. Er was nog nauwelijks radioverkeer en de vissers waren zich van deze inval niet bewust. Duitse vliegtuigen hadden die ochtend in het Noordzeekanaal en binnen de pieren van IJmuiden mijnen afgeworpen. Toen de botters de haven van IJmuiden binnen wilden varen werden ze tegen gehouden en moesten enige tijd wachten. Toen ze daarna aan de kade afmeerden werden ze door Nederlandse militairen opgewacht die vroegen of ze een Engelse vloot hadden waargenomen. De vissers antwoordden dat zij die niet hadden gezien.

Twee schippers stelden hun botters beschikbaar aan de Koninklijke Marine om te helpen bij het ruimen van de mijnen. De rest van de vloot vertrok naar Urk waar ze zonder problemen aankwamen. ’s Avonds lag bijna de gehele vloot in de haven.

Na de oorlog heeft Z.K.H. prins Bernard het Kruis van Verdienste aan de moedige schippers uitgereikt. De bemanning ontving een dankbetuiging en gratificatie.

Oorkonde en Kruis van Verdienste van Sjoert Bakker

De vloot vaart uit

Op de vroege ochtend van eerste Pinksterdag werd bekendgemaakt dat de vloot opdracht had gekregen om naar Amsterdam te vertrekken. De Nederlandse legerleiding had namelijk het vermoeden dat de Duitsers met de Urker bottervloot het IJsselmeer wilden oversteken om zo Noord-Holland binnen te vallen. Daarom moest alles wat drijven kon de haven verlaten. Kerkdiensten werden die zondagochtend niet gehouden omdat de hele bevolking naar de haven was gekomen. Alles wat van waarde voor de Duitsers kon zijn werd in de haven gegooid. Als laatste vertrok Salonboot de Toerist uit de haven.

De botters kwamen ’s middags in Amsterdam aan en werden verspreid voor anker gelegd om te voorkomen dat in de Amsterdamse haven vijandelijke watervliegtuigen zouden landen. Met de meegevaren passagiersboot kwamen de vissers, tot grote opluchting van de achtergebleven Urkers, die nacht weer op Urk terug.

Mei 1940 – Urker botters bij Amsterdam. Brand in de petroleumhaven.

 

De eerste oorlogsdagen op Urk

Toen het nieuws van de Duitse inval Urk bereikte, bracht dit schrik en paniek teweeg. Ongeveer 150 Urkers waren gemobiliseerd en men besefte dat zij mogelijk ook in gevecht waren. De tweede oorlogsdag verliep rustig op Urk. De vloot lag werkeloos in de haven en de werkzaamheden aan de polder en in de sluisput waren stilgelegd. Burgemeester Keijzer liet luchtbeschermingsmaatregelen afkondigen. Ook de verduisteringsmaatregelen werden aangescherpt.

Het begin van de Urker bezetting

Toen de eerste 3 Duitsers, die s’avonds een tweede verkenning uitvoerden, op 13 mei op Urk arriveerden, werd de Nederlandse vlag op de vuurtoren gestreken. Op het IJsselmeer voor Urk lag een oorlogschip. Het strijken van de vlag was voor dit schip het teken dat Urk bezet was. Na een paar uur verlieten de Duitsers Urk weer. Op 15 mei werd het dorp permanent bezet. De Urkers die Luchtwachtdienst deden werden door Duitsers vervangen die gelegerd waren in hotel ‘Woudenberg’.

Gezonken marineschip Z3 in het Krabbersgat in mei 1940

 
Gezonken marineschip Z3 in het Krabbersgat in mei 1940

Veel veranderingen

Urk, traditiegetrouw een vrijheidslievend en onafhankelijk eiland, was bezet. Het vertrek van koningin Wilhelmina naar Engeland was vol ongeloof en verbijstering ontvangen. Nadat Nederland zich op 14 mei had overgegeven vertrokken de Urker vissers met de boot naar Enkhuizen. Vandaar gingen ze naar Amsterdam om hun schepen op te halen die in opdracht van de Duitsers bij de visafslag aangemeerd lagen.

 Op Urk werd het bericht dat er geen slachtoffers waren gevallen onder de Urkers die tijdens de meidagen in dienst waren met opluchting ontvangen.